19 november 2013Onderzoek overgangsregeling integratieheffing publieke omroepen in 2014

Op grond van de printprijsregeling is een btw-ondernemer niet over de volledige vergoeding die hij ontvangt voor vervaardiging van een film- of videoproductie btw verschuldigd, maar over de printprijs, een bedrag van € 0,34 (excl. btw) per meter film. De btw wordt dus niet berekend over de verkoopprijs, maar over de (fictieve) voortbrengingskosten van een film. De integratieheffing, die wordt berekend op basis van de voortbrengingskosten van een vervaardigd goed, is de basis voor deze regeling. Door deze integratieheffing over de (lage) voortbrengingskosten kan de btw op de hieraan toerekenbare kosten in aftrek worden gebracht. 

Door het vervallen van de integratieheffing per 1 januari 2014 ondervinden publieke omroepen en daarmee vergelijkbare btw-ondernemers een nadeel, in gevallen waarin de integratielevering leidt tot een lage btw-heffing in verhouding tot de daaraan gekoppelde btw-aftrek. In een brief aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Weekers van Financiën aangegeven nader te onderzoeken of door het vervallen van de integratieheffing daadwerkelijk een probleem voor publieke omroepen ontstaat en zo ja, wat de omvang van dit probleem is. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek is de staatssecretaris voornemens een tijdelijke oplossing treffen voor het jaar 2014. De staatssecretaris streeft ernaar de uitkomsten van het onderzoek te presenteren voor aanvang van het Kerstreces op 20 december aanstaande. 

Zie 4.17 voor meer informatie over de printprijsregeling.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op