6 juni 2016Onderzoek naar mogelijkheid richtlijnen vervaardiging bij transformatie kantoorgebouwen

Staatssecretaris Wiebes van Financiën gaat in samenwerking met onder andere een bouwvereniging op zoek naar richtlijnen voor de beoordeling of bij de transformatie van een kantoorgebouw tot wooneenheden sprake is van vervaardiging of verbouwing.

Op 26 januari jl. berichtte het Financieel Dagblad dat de fiscus volgens bouwvereniging NVB de transformatie van kantoren tot wooneenheden frustreert, omdat zij projectontwikkelaars dubbel belast. Er zou zowel overdrachtsbelasting worden geheven als btw over de bouwwerkzaamheden in rekening worden gebracht door belastinginspecteurs, die hiermee zouden afwijken van een besluit uit 2013. Dit betreft het besluit over de levering en verhuur van onroerende zaken, en meer specifiek paragraaf 4.2 van dit besluit over de koop-/aannemingsovereenkomst. Op grond van het besluit moeten de handelingen van een aannemer met betrekking tot de overdracht van de grond en de bouw van een appartement tezamen als één prestatie worden beschouwd, en wel als de belaste levering van een onroerende zaak op het moment van oplevering.

In een brief aan de Tweede Kamer informeert staatssecretaris Wiebes van Financiën de Kamerleden over het onderwerp. Wiebes geeft aan dat inmiddels overleg is gevoerd met bouwvereniging NVB, waaruit is gebleken dat de uitvoering van de bestaande wet- en regelgeving en het beleid door de Belastingdienst de transformatie van kantoren in woningen niet frustreert. De inspecteurs blijken niet af te wijken van het beleid van de staatssecretaris op het gebied van de btw. 

Tijdens het gesprek met bouwvereniging NVB heeft Wiebes aangegeven graag bereid te zijn om met de bouwsector te inventariseren en te beoordelen of het mogelijk is om praktische richtlijnen over duidelijke situaties van ‘vernieuwbouw’ vast te stellen, die dan in beleid zullen worden gepubliceerd. Het gaat hierbij om situaties waarin moet worden beoordeeld of een verbouwing van een kantoorgebouw voor de btw-heffing leidt tot een nieuw vervaardigd (in wezen nieuwbouw) gebouw of kwalificeert als een – minder ingrijpende – verbouwing. De staatssecretaris merkt dat deze beoordeling in de praktijk moeilijk is, terwijl deze van groot fiscaal en financieel belang is. Het vaststellen van praktische richtlijnen in de volle breedte van het vraagstuk is volgens Wiebes niet mogelijk, maar hij gaat in samenwerking met onder andere de NVB wel onderzoeken of er situaties zijn die zo duidelijk zijn, dat deze (veralgemeniseerd) hun weg in een richtlijn voor de praktijk kunnen vinden. 

De vraag of sprake is van vervaardiging of verbouwing heeft reeds in een aantal procedures centraal gestaan. In 2013 oordeelde de Hoge Raad dat, wil sprake zijn van vervaardiging, in wezen nieuwbouw plaatsgevonden moet hebben en dat hiervan sprake is indien het gebouw door een fysieke ingreep (ingrijpende) uiterlijke wijzigingen heeft ondergaan én een andere functie heeft gekregen. Zie 7.2.2 voor meer informatie over dit onderwerp. In een eerder nieuwsbericht en in paragraaf 7.7 is meer te lezen over de btw-gevolgen van de koop-/aannemingsovereenkomst, die de aanleiding tot het gesprek tussen Wiebes en de bouwvereniging vormde. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op