6 november 2015Onderwijsinstelling en BV voor facilitaire diensten vormen fiscale eenheid btw

Tussen een onderwijsinstelling en een BV die is opgericht voor het (doen) verrichten van facilitaire diensten voor de onderwijsinstelling bestaat volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant een fiscale eenheid, aangezien tussen belanghebbenden niet verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan.

Stichting X is een onderwijsinstelling voor primair en voortgezet onderwijs en beschikt over diverse schoolgebouwen. De activiteiten van de Stichting zijn het verzorgen van onderwijs, de exploitatie van kantines, de verhuur van kluisjes en het uitlenen van personeel. In 2013 heeft X een BV opgericht, waarin zij alle aandelen bezit. De BV heeft onder meer ten doel het (doen) verrichten van facilitaire diensten op het gebied van schoonmaak, tuinonderhoud, correctief en klein (bouwkundig) onderhoud en overige aanvullende facilitaire diensten, alles in de ruimste zin, ten behoeve van de Stichting. Alle activiteiten van de BV worden tegen vergoeding verricht jegens de Stichting. In april 2013 hebben X en de BV een verzoek om een beschikking fiscale eenheid btw ingediend bij de inspecteur. Dit verzoek is bij beschikking van maart 2014 afgewezen, omdat geen sprake zou zijn  van economische verwevenheid aangezien X mede niet-economische prestaties verricht. X en de BV zijn in verweer gekomen tegen deze beschikking.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft recent in deze zaak geoordeeld dat X en de BV een fiscale eenheid vormen. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat X de hoedanigheid van ondernemer heeft. De stichting kan daarom onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid, hetgeen tussen partijen overigens ook niet in geschil is. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat vaststaat dat de BV uitsluitend tegen vergoeding activiteiten voor de Stichting verricht. Daaruit volgt dat er tussen belanghebbenden niet verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan en dat mitsdien sprake is van economische verwevenheid.

Zie