8 maart 2012Onderscheid btw-correctie naar gelang CO2-uitstoot in strijd met gelijkheidsbeginsel

Aftrek voorbelasting
Op grond van art. 16 Wet op de omzetbelasting in combinatie met het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) mocht de btw op de autokosten tot 1 juli 2011 niet in aftrek gebracht worden indien en voor zover de auto voor privédoeleinden van het personeel gebruikt werd. De staatssecretaris keurde tot 1 juli 2011 goed dat de werkgever de btw-correctie bepaalde door aan te sluiten bij de forfaitaire correctie in de inkomsten- of loonbelasting. Een werkgever die een milieuvriendelijke auto voor privégebruik ter beschikking stelde aan de werknemer was sinds 2008 hierdoor een lagere btw-correctie verschuldigd dan een werkgever die een andere auto voor privégebruik aan zijn personeel ter beschikking stelde. Zowel Rechtbank Haarlem als Hof Amsterdam zijn van oordeel dat de staatssecretaris hierdoor gelijke gevallen ten onrechte ongelijk behandeld. De werkgever mag volgens Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam een beroep doen op de meest gunstige btw-correctie. Omdat de procedure betrekking had op 2008 kan de werkgever volgens de rechtbank en het hof volstaan met een btw-correctie van 12% x 14% x cataloguswaarde (€ 958) in plaats van 12% x 25% x cataloguswaarde (€ 1.711).

Sinds 2010 geldt in de inkomstenbelasting een bijtelling van 0% x cataloguswaarde voor elektrische auto’s. Op grond van de uitspraak van Rechtbank Haarlem is tegen de voldoening van de btw-correctie in het laatste aangiftetijdvak in 2011 massaal bezwaar aangetekend. Hierbij is veelal gebruik gemaakt van de ‘collectieve’ bezwaarregeling zoals omschreven op de website van de Belastingdienst waardoor het bezwaar (nog) niet is gemotiveerd. Omdat deze procedure betrekking heeft op het jaar 2008 is het nogniet duidelijk of auto’s met en zonder (elektrische auto’s) CO2-uitstoot voor de btw-correctie als gelijk gevallen beschouwd moeten worden. Of voor het eerste halfjaar van 1 juli 2011 op grond van het gelijkheidsbeginsel volstaan kan worden met een btw-correctie van (6/12 x) 12% x 0% x cataloguswaarde zullen toekomstige (proef)procedures daarom moeten uitwijzen. Maar voordat dit duidelijk wordt zal de Hoge Raad eerst een oordeel moeten vellen over de (on)houdbaarheid van de uitspraak van Hof Amsterdam. Daarnaast moet de Hoge Raad in de zaak ‘Van Laarhoven’ nog een oordeel moeten vellen over de (on)houdbaarheid van art. 15 Uitv.Besch. OB op grond waarvan de btw-correctie voor het privégebruik van de auto door eenmansondernemers (verplicht!) 12% x IB-bijtelling bedraagt. Voor zowel de btw-correctie voor het privégebruik van de ondernemer zelf (op grond van art. 15 Uitv.Besch. OB) als van zijn personeel (op grond van begunstigend beleid) geldt derhalve: wordt vervolgd!

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op