4 december 2012Noorse stichting met vi in Nederland te laat met btw-teruggaafverzoek

De Noorse overheid heeft eind 2003 een stichting opgericht naar Noors recht. De doelstelling van de stichting is het onder de aandacht brengen van Noorwegen als vestigingsland voor ondernemers en als vakantieland voor toeristen, het wekken van belangstelling voor Noorse producten en het ondersteunen van bedrijven uit Noorwegen die zich internationaal willen positioneren. Zij organiseert roadshows en neemt deel aan beurzen. Voorts worden reclamecampagnes opgezet. De statutaire zetel en het hoofdkantoor van de stichting is gevestigd in Noorwegen. De stichting heeft ook een vestiging in Nederland (een ruimte in de Noorse ambassade). De stichting brengt in 2007 bedragen in rekening aan in Nederland gevestigde ondernemers en in Noorwegen gevestigde ondernemers. Voorts ontvangt zij subsidie van de Noorse overheid. In juni 2008 is namens de stichting een verzoek om teruggaaf van € 263.311,38 btw ingediend over 2007. Hierbij is ervan uitgegaan dat de Noorse stichting een niet in Nederland gevestigde btw-ondernemer zonder vaste inrichting is in Nederland. De inspecteur wijst dit teruggaafverzoek af. Ook Rechtbank Breda oordeelt dat geen recht bestaat op teruggaaf.

In hoger beroep oordeelt Hof Den Bosch dat de stichting enerzijds prestaties om niet verricht (algemene informatieverstrekking over Noorwegen) en anderzijds diensten tegen vergoeding verricht (organiseren van stands op beurzen en reclamecampagnes). Het hof is van oordeel dat de stichting voor de diensten tegen vergoeding is aan te merken als btw-ondernemer. De stichting verricht deze activiteiten ook niet als overheid omdat zij een privaatrechtelijke rechtspersoon is, terwijl bovendien de verrichte diensten in de btw-richtlijn uitgesloten zijn als ‘typische’ overheidsactiviteiten. Het hof is voorts van oordeel dat belanghebbende beschikt over een vaste inrichting in Nederland omdat zij duurzaam kantoorruimte huurt in de Noorse ambassade en aldaar beschikt over personeel en technisch materieel. Het hof acht ook aannemelijk dat de diensten tegen vergoeding vanuit deze Nederlandse vestiging hebben plaatsgevonden. De btw-teruggaaf had daarom verwerkt moeten worden in de btw-aangifte, die uiterlijk binnen één maand na afloop van een tijdvak moet zijn ingediend. Omdat pas in juni 2008 verzocht is om btw-teruggaaf is het teruggaafverzoek niet tijdig ingediend. Deze te late indiening is niet verschoonbaar. De Noorse stichting heeft om die reden geen recht op btw-teruggaaf.

Voor meer informatie over een vaste inrichting zie 1.12 van het btw-handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op