21 juni 2013Noorse stichting met vi in Nederland te laat met btw-teruggaafverzoek

De Noorse overheid heeft eind 2003 een stichting opgericht naar Noors recht. De doelstelling van de stichting is het onder de aandacht brengen van Noorwegen als vestigingsland voor ondernemers en als vakantieland voor toeristen, het wekken van belangstelling voor Noorse producten en het ondersteunen van bedrijven uit Noorwegen die zich internationaal willen positioneren. Zij organiseert roadshows en neemt deel aan beurzen. Voorts worden reclamecampagnes opgezet. De statutaire zetel en het hoofdkantoor van de stichting is gevestigd in Noorwegen. De stichting heeft ook een vestiging in Nederland (een ruimte in de Noorse ambassade). De stichting brengt in 2007 bedragen in rekening aan in Nederland gevestigde ondernemers en in Noorwegen gevestigde ondernemers. Voorts ontvangt zij subsidie van de Noorse overheid. In juni 2008 is namens de stichting een verzoek om teruggaaf van € 263.311,38 btw ingediend over 2007. Hierbij is ervan uitgegaan dat de Noorse stichting een niet in Nederland gevestigde btw-ondernemer zonder vaste inrichting is in Nederland. De inspecteur wijst dit teruggaafverzoek af.

In eerste aanleg is door Rechtbank Breda geoordeeld dat geen recht bestaat op teruggaaf. In hoger beroep heeft Hof Den Bosch geoordeeld dat de stichting enerzijds prestaties om niet verricht (algemene informatieverstrekking over Noorwegen) en anderzijds diensten tegen vergoeding verricht (organiseren van stands op beurzen en reclamecampagnes). Het hof is van oordeel dat de stichting voor de diensten tegen vergoeding is aan te merken als btw-ondernemer. Het hof is voorts van oordeel dat belanghebbende beschikt over een vaste inrichting in Nederland en acht het aannemelijk dat de diensten tegen vergoeding vanuit deze Nederlandse vestiging hebben plaatsgevonden. De btw-teruggaaf had daarom verwerkt moeten worden in de btw-aangifte, die uiterlijk binnen één maand na afloop van een tijdvak moet zijn ingediend. Omdat pas in juni 2008 verzocht is om btw-teruggaaf is het teruggaafverzoek niet-verschoonbaar niet tijdig ingediend. De Noorse stichting heeft om die reden geen recht op btw-teruggaaf, zo oordeelde het hof.

In cassatie komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de stichting haar aftrekrecht geldend had moeten maken in een btw-aangifte en niet in een teruggaafverzoek. Omdat de stichting in haar bezwaarschrift heeft gevraagd te worden uitgenodigd tot het doen van btw-aangifte, dient de inspecteur de stichting alsnog uit te nodigen tot het doen van btw-aangifte over het jaar 2007, aldus de Hoge Raad.

 Voor meer informatie over een vaste inrichting zie 1.12 van het btw-handboek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op