6 augustus 2012Nieuw besluit heffing over privégebruik auto

Voor informatie over de btw-correctie voor het privégebruik van de auto wordt verwezen naar 10.6.5. In deze nieuwsbrief wordt uitsluitend ingegaan op de nieuwe punten die in het beleidsbesluit van de staatssecretaris naar voren komen. Dit betreft het woon-werkverkeer, het aangiftetijdvak waarin de (forfaitaire) btw-correctie verschuldigd is, het begrip ‘normale waarde’ en de reikwijdte van de verlaagde forfaitaire btw-correctie van 1,5% x catalogusprijs (incl. btw en bpm). 

Woon-werkverkeer

Woon-werkverkeer van de ondernemer en zijn personeel is voor de btw in beginsel privégebruik. Onder woon-werkverkeer wordt verstaan de heen- en/of terugreis van de woon- of verblijfplaats naar de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen vaste werkplaats(en) waar men één of meerdere dagen zijn werkzaamheden verricht. Als geen arbeidsovereenkomst is gesloten dan geldt zowel voor de ondernemer als zijn personeel dat alle reizen tussen de woon- of verblijfplaats en het bedrijfsadres van de ondernemer als woon-werkverkeer kwalificeren. De reis van een onderhoudsmonteur naar het adres van een klant kwalificeert daarom niet als woon-werkverkeer. Het maakt hierbij niet uit met welk vervoermiddel (personenauto of bestelauto) de ondernemer of zijn personeel reist. In het nieuwe besluit maakt de staatssecretaris duidelijk dat ook de frequentie van het woon-werkverkeer niet relevant is. Ook als het aantal woon-werkverkeerkilometers gering is, is er dus een btw-correctie voor het privégebruik verschuldigd.

Boekjaar in plaats van kalenderjaar

De btw-heffing over het privégebruik is volgens de wet verschuldigd in het laatste tijdvak van het kalenderjaar. Voor ondernemers met een gebroken boekjaar keurt de staatssecretaris (vooruitlopend op een wetswijziging) goed dat de btw-heffing over het privégebruik in het laatste tijdvak van het boekjaar op aangifte wordt voldaan. Hieraan verbindt de staatssecretaris de voorwaarde dat het boekjaar niet langer duurt dan één jaar. Bij een verlengd boekjaar is de btw-correctie daarom in het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar verschuldigd.

Normale waarde

Als de werkgever aan zijn personeel een auto ter beschikking stelt voor privédoeleinden tegen een lagere vergoeding (eigen bijdrage) dan de normale waarde is hij btw verschuldigd over de normale waarde van die dienst. In de praktijk bestond grote onduidelijkheid over de vraag wat de normale waarde van deze terbeschikkingstelling is. In het besluit geeft de staatssecretaris aan dat het gaat om het bedrag dat de ondernemer in de markt zou moeten betalen om de auto voor privédoeleinden in gebruik te kunnen geven aan zijn personeel. De staatssecretaris geeft aan dat de hiervoor bedoelde marktconforme prijs niet altijd vast te stellen is. Om die reden neemt de Belastingdienst het standpunt in dat voor het bepalen van de normale waarde kan worden uitgegaan van de bij de ondernemer gemaakte kosten (incl. afschrijvingskosten) die toerekenbaar zijn aan het privégebruik. Hoe bepaald moet worden welke kosten aan het privégebruik toerekenbaar zijn laat de staatssecretaris in het besluit in het midden. Of deze uitleg van de staatssecretaris standhoudt is maar zeer de vraag aangezien de normale waarde-bepaling in de btw-richtlijn is bedoeld om btw-fraude en misbruik te bestrijden. Hierover moet de rechter zich nog buigen. Overigens is goedgekeurd dat de ondernemer in deze situatie volstaat met een eenmalige btw-correctie van 2,7% (btw-auto) of 1,5% (margeauto/privéauto eenmansondernemer) x catalogusprijs incl. btw en bpm.

Forfaitaire btw-correctie 1,5% x catalogusprijs (incl. btw en bpm)

Het verlaagde forfait van 1,5% x catalogusprijs (incl. btw en bpm) corrigeert het privégebruik van de auto’s die zonder recht op btw-aftrek zijn aangeschaft. Zoals verwacht heeft de staatssecretaris alsnog goedgekeurd dat dit verlaagde forfait ook geldt voor auto’s die met btw-aftrek zijn aangeschaft, maar waarvan het privégebruik van de aanschafkosten reeds volledig is gecorrigeerd. Dit betekent dat het verlaagde forfait van toepassing is na afloop van het vierde jaar volgend op het jaar van ingebruikneming.

Zien wij het goed dan is de reikwijdte van het verlaagde forfait niet alleen uitgebreid, maar heeft die ook een beperking ondergaan. Het verlaagde forfait mag volgens het nieuwe besluit slechts toegepast worden indien uit de administratie van de ondernemer niet af te leiden is in hoeverre de auto voor privédoeleinden gebruikt is en/of welke kosten daaraan zijn toe te rekenen. In het oude besluit was deze voorwaarde niet, althans niet expliciet opgenomen. Kortom, de ondernemer die weet in welke mate de auto voor privédoeleinden gebruikt wordt en welke kosten hieraan toerekenbaar zijn mag geen gebruik maken van het verlaagde forfait.  

Hebt u vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op! U kunt ons telefonisch bereiken op 088-2989898 en per e-mail via info@btwplaza.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op