18 januari 2017Nieuw besluit btw-vrijstelling uitvaartverzorging

De Staatssecretaris van Financiën heeft op 28 december 2016 het besluit over btw-vrijstelling uitvaartverzorging van 9 september 2013 herzien. De staatssecretaris heeft in het besluit vastgesteld dat diensten door lijkbezorgers btw-vrijgesteld zijn en heeft in het besluit toegelicht hoe deze btw-vrijstelling moet worden uitgelegd. Bij het besluit is een bijlage gevoegd t.a.v. een aantal veel voorkomende diensten waarbij is aangegeven of de btw-vrijstelling van toepassing is.

Wat is vrijgesteld?

  • Diensten die kenmerkend en essentieel zijn voor diensten door lijkbezorger

Voorbeelden: de verzorging en opbaring van het lichaam van de overledene; het dragen van de lijkkist; de verzorging van de uitvaartplechtigheid; de teraardebestelling of crematie (inclusief de asverstrooiing). Horeca-verstrekkingen zijn niet kenmerkend en essentieel voor een lijkbezorger en dus niet vrijgesteld.

  • Leveringen door lijkbezorgers die in rechtstreeks verband staan (d.w.z. onlosmakelijk verbonden zijn) met de door hen verrichte kenmerkende en essentiële diensten.

Voorbeelden: de levering van een lijkomhulsel; de levering van rouwkaarten.

  • Diensten die onderdeel uitmaken van kenmerkende en essentiële dienst die lijkbezorger verricht

Voorbeelden: het vervoer van de overledene dat plaatsvindt in het kader van de uitvaart en dat wordt verricht door degene die zich heeft verbonden om de hele uitvaartplechtigheid te verzorgen; gebruik mortuarium.

 Lijkbezorgers die de btw-vrijstelling niet hebben toegepast op de vervoer van een overledene hoeven de hieraan toe te rekenen btw die in het verleden in aftrek is gebracht niet te corrigeren. De teveel over de vervoersdienst voldane btw komt dan ook niet voor teruggaaf in aanmerking. Deze lijkbezorgers dienen vanaf 1 januari 2017 de jaarlijkse herziening toe te passen voor zover de herzieningsperiode op aangeschafte bedrijfsmiddelen (lijkauto bijv.) nog niet is verstreken. Ook dienen zij vanaf 1 januari 2017 de btw-vrijstelling toe te passen op de hier bedoelde vervoersdiensten

  • Diensten verricht door exploitanten van begraafplaatsen en crematoria

Ook hier dient het te gaan om diensten die kenmerkend en essentieel zijn voor dergelijke exploitanten. Voorbeelden: vestigen van het recht van eigen graf door exploitant van begraafplaatsen; feitelijke crematie en bijzetting in een columbarium door exploitant van crematoria. 

Het nieuwe besluit is op 31 december 2016 in werking getreden en het besluit van 9 september 2013 is op dat moment ingetrokken.

 De aanleiding van de beleidswijziging is waarschijnlijk het Commissie/Frankrijk-arrest (HvJ 6 mei 2010, nr. C-94/09) waarin de Europese Commissie het standpunt inneemt dat lijkvervoer door een lijkbezorger in opdracht van nabestaanden geen afzonderlijke dienst is, maar onderdeel uitmaakt van de samengestelde prestatie van de lijkbezorger aan de nabestaanden. In de bijlage bij het besluit wordt niet genoemd dat sec spreken op uitvaarten in opdracht van een uitvaartverzorger of de nabestaanden volgens Hof Leeuwarden 20 september 2011, nr. 10/00267 belast is.

Overigens is het criterium “kenmerkend en essentieel” van de Hoge Raad, dat naar voren kwam in een arrest in 2006 en nadien is overgenomen in het beleidsbesluit, naar onze mening niet gelukkig omdat dit criterium is ontleend aan de btw-vrijstelling voor financiële prestaties. Een criterium dat gebaseerd is op het Von Hoffmann-arrest (HvJ 16 september 1997, nr. C-145/96), namelijk diensten die ‘’hoofdzakelijk en gewoonlijk’’ door een lijkbezorger worden verricht, zou naar onze mening meer voor de hand liggen, zie onder andere voormelde uitspraak van Hof Leeuwarden.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op