1 oktober 2015Nieuw besluit btw en ontwikkelingswerk

De staatssecretaris van Financiën heeft een nieuw besluit uitgevaardigd over btw en ontwikkelingswerk. Dit besluit vervangt de resolutie BTW-283.

De staatsecretaris onderscheidt in het besluit drie wijzen waarop projecten in ontwikkelingslanden worden geïnitieerd en gerealiseerd:

  1. voor de financiering van een project wendt de organisatie zich tot het Ministerie van Buitenlandse Zaken (hierna: BuZa). Daarbij verbindt de organisatie zich het door haar geïnitieerde en vormgegeven project te realiseren. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan blijft bij de organisatie. BuZa treedt niet op als opdrachtgever, hoewel het resultaat van het desbetreffende project voor BuZa wel van belang is c.q. kan zijn;
  2. BuZa neemt zelf het initiatief en de organisatie wordt door BuZa aangezocht om specifieke projecten uit te voeren zoals bijvoorbeeld het (doen) realiseren van infrastructurele werken in een ontwikkelingsland. Ook dan treedt BuZa niet op als opdrachtgever, het is de organisatie zelf die een projectplan opstelt en verantwoordelijk blijft voor de realisatie ervan. Wel kan BuZa optreden als financier of subsidiegever;
  3. BuZa geeft gerichte opdrachten aan de organisatie. Er ontstaat tussen BuZa en de organisatie een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie.

De staatssecretaris geeft aan dat alleen in de derde situatie gebruik kan worden gemaakt van de goedkeuring om het nultarief toe te passen op de diensten die de organisatie aan BuZa verricht. De beoordeling of de organisatie al dan niet jegens BuZa optreedt als btw-ondernemer is voorbehouden aan de inspecteur onder wie de organisatie ressorteert. De staatssecretaris merkt op dat een door BuZa verleende subsidie ter financiering van een project in een ontwikkelingsland niet steeds is aan te merken als een vergoeding voor een prestatie.

De goedkeuring is ook van toepassing indien de opdracht wordt gegeven door een ander Nederlands ministerie of een andere organisatie dan een ministerie. In dat geval mag voor BuZa worden gelezen: BuZa of een ander Nederlands ministerie of een andere organisatie. De goedkeuring is niet van toepassing op ingekochte prestaties bij andere ondernemers die wel een zeker verband houden met het ontwikkelingswerk maar op zichzelf niet kwalificeren als ontwikkelingswerk of -project, zoals de opleiding en training van personen die in het kader van de ontwikkelingsprogramma’s worden uitgezonden en het vertalen van documenten.

Voor de vraag of sprake is van een project dat wordt uitgevoerd in een ontwikkelingsland, is bepalend of dit land wordt genoemd in de zogenoemde DAC-ODA-lijst van de OESO. Bij een samenwerking in alliantieverband, bijv. in het kader van MFS II, geldt dat iedere alliantiepartner (en dus niet alleen de penvoerder) afzonderlijk jegens BuZa een beroep kan doen op de goedkeuring, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.

De mogelijkheid om de btw-vrijstelling voor sociale en culturele activiteiten toe te passen op activiteiten die niet bestaan in het uitvoeren van projecten in ontwikkelingslanden, maar sec het aanvragen van de financiering voor projecten, de zorg voor mede(financiering), het controleren van de uitvoering en de verslaglegging van de uitvoering van het project is met dit besluit kennelijk geschrapt. Het is naar onze mening opmerkelijk dat dit door de staatssecretaris niet wordt genoemd als een relevante inhoudelijke wijziging. Het tweede dat opvalt is dat de staatssecretaris de goedkeuring wil beperken tot de heel bijzondere situatie dat BuZa (uit eigen initiatief) een gerichte opdracht geeft voor het uitvoeren van een bepaald project in een ontwikkelingsland. De gedachte is kennelijk dat alleen dan sprake kan zijn van btw-ondernemerschap voor de handeling van de organisatie jegens BuZa. De vraag is hoe dit standpunt te rijmen is met het beleid van de staatssecretaris dat ook sprake is van een prestatie tegen vergoeding indien de gesubsidieerde werkzaamheden feitelijk inhouden het verrichten van werkzaamheden die BuZa zelf moet verrichten. Daarnaast is het de vraag hoe de beperking van de goedkeuring tot ‘echte’, door BuZa gerichte opdrachten aan organisaties zich verhoudt met de opmerking van de staatssecretaris dat de alliantiepartners die MFS II-subsidie ontvangen ieder afzonderlijk een beroep kunnen doen op de goedkeuring, mits aan de voorwaarden is voldaan. In ‘MFS II-situaties’, zo is onze ervaring, is immers geen sprake van een gerichte opdracht van BuZa aan de organisaties. Ten aanzien van de vraag of in ‘MFS-situaties’ sprake is van btw-ondernemerschap aan de zijde van de organisatie die de subsidie ontvangt lopen nog diverse bezwaarprocedures. Het belang van het btw-ondernemerschap voor de medefinancieringsorganisaties is groot, aangezien door de toepasselijkheid van het nultarief de btw op de (veelal aanzienlijke) kosten voor de ontwikkelingswerkzaamheden voor aftrek of teruggaaf in aanmerking komt. Bovendien is het btw-ondernemerschap ook van belang voor de btw-consequenties bij de aankoop van goederen of diensten in het buitenland (wel/geen verlegde btw of verwervings-btw verschuldigd). Tot slot roept het besluit de vraag op wat de btw-gevolgen zijn van dit besluit voor de medefinancieringsorganisaties die tot op heden met instemming van de inspecteur de btw op bijv. investeringsgoederen in aftrek gebracht hebben en die van de inspecteur te horen krijgen dat hij deze instemming intrekt op grond van het nieuwe besluit. Moeten deze medefinancieringsorganisaties dan volgens de staatssecretaris btw betalen over de overheveling van deze goederen van de ondernemerssfeer naar de niet-ondernemerssfeer? Voor medefinancieringsorganisaties verdient het daarom aanbeveling om ter behoud van rechten tijdig bezwaar aan te tekenen tegen de voldoening op aangifte, teruggaafbeschikkingen of naheffingsaanslagen en in kaart te (laten) brengen welke btw-consequenties dit beleidsbesluit voor hen heeft. Voor vragen of opmerkingen over de betekenis van dit nieuwe beleidsbesluit kunt u contact opnemen met Machiel van Driel of Najat Idrissi op het telefoonnummer 078 – 622 54 52 of het e-mailadres mvandriel@vandrielfruijtier.nl respectievelijk nidrissi@vandrielfruijtier.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op