4 september 2015Niet-belastingplichtige holding onderdeel fiscale eenheid btw

Een holding is enig aandeelhouder en bestuurder van drie dochtervennootschappen, E B.V, F B.V. en G B.V. Eerstgenoemde dochtervennootschap, E B.V., houdt zich bezig met de btw-belaste verhuur van onroerend goed, F B.V. realiseert vanaf 2009 geen omzet meer en G B.V. is geen btw-ondernemer. Tussen de holding en de dochtervennootschappen zijn geen overeenkomsten gesloten en de holding brengt aan de dochtervennootschappen ook geen vergoeding in rekening. De holding heeft voor het jaar 2011 verzocht om een btw-teruggaaf van ruim € 10.000 in verband met de aanschaf van een auto die aan de directeur-grootaandeelhouder van de holding ter beschikking is gesteld. 

Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur de teruggaaf bij beschikking geweigerd. De holding heeft hiertegen bezwaar ingediend. Na afwijzing van het bezwaar, heeft Rechtbank Gelderland het beroep tegen deze uitspraak ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij Hof Arnhem-Leeuwarden.

Het hof stelt vast dat niet in geschil is dat sprake is van financiële en organisatorische verwevenheid. Vanwege het ontbreken van een vergoeding voor de handelingen die de holding jegens E B.V. verricht, zijn partijen het erover eens dat de holding geen btw-ondernemer is. De holding beroept zich echter op de zogenoemde ‘holdingresolutie’ op grond waarvan een niet-belastingplichtige ‘topholding’ toch onderdeel kan uitmaken van een fiscale eenheid voor de btw. Het acht aannemelijk dat de holding als bestuurder van E B.V. sturende en beleidsbepalende handelingen verricht jegens E B.V., zoals bedoeld in deze resolutie. De handelingen van de holding vertonen volgens het hof een nauwe samenhang met de ondernemersactiviteiten, zodat de holding een wezenlijke functie vervult ten behoeve van E B.V. Alsdan is naar het oordeel van het hof sprake van economische verwevenheid. Dat de resolutie het meervoud “werkmaatschappijen” gebruikt, laat onverlet dat de resolutie naar het oordeel van het hof ook van toepassing is indien de holding slechts ten aanzien van één dochtervennootschap een beleidsbepalende en sturende functie vervult. Partijen zijn het erover eens dat voldaan is aan de in de resolutie gestelde eis dat de holding heeft verzocht om te worden opgenomen in de fiscale eenheid. Het hof is daarom van oordeel dat de holding voldoet aan de voorwaarden om te worden opgenomen in de fiscale eenheid met E B.V. waardoor recht bestaat op teruggaaf van de in rekening gebrachte btw.

Voor meer informatie over de btw-positie van holdings zie 1.10.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op