6 november 2014Naheffing verwervings-btw bootconstructie van tafel vanwege onjuist tijdvak

Als de inspecteur een naheffingsaanslag oplegt, moet hij dit doen over het juiste tijdvak. Staat op de naheffingsaanslag een onjuist tijdvak vermeld dan kan dit tot gevolg hebben dat de naheffingsaanslag van tafel gaat, zo bewijst een recente uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland. 

In deze zaak gaat het om een btw-besparende bootconstructie. Een natuurlijk persoon besteld in juli 2003 een jacht bij een Engelse jachtwerf. Op 19 of 20 mei 2005 heeft de jachtwerf de beschikkingsmacht overgedragen aan de koper. Vervolgens is de koper op 22 mei 2005 met het nieuwe jacht de haven in Engeland uitgevaren naar Guernsey waar het jacht is overgedragen aan Y A.V.V. te Aruba met welke A.V.V. hij een commanditaire vennootschap is aangegaan. Het jacht is vervolgens verhuurd aan Z A.V.V. te Curaçao. Laatstgenoemde A.V.V. heeft het jacht verhuurd aan A B.V en A B.V. heeft het jacht weer verhuurd aan de oorspronkelijke koper. Vanuit Guernsey heeft de oorspronkelijke koper het jacht naar Nederland gevaren waar het op 29 mei 2005 is aangekomen. Ter zake van de invoer is op 30 mei 2005 aangifte ten invoer gedaan. De inspecteur heeft vervolgens het standpunt ingenomen dat sprake is van een btw-besparende constructie die kwalificeert als misbruik van recht en dat ‘gewoon’ sprake is van een intracommunautaire overbrenging van een nieuw vervoermiddel op 29 mei 2005 ter zake waarvan in Nederland ?verwervings-btw verschuldigd is. De inspecteur heeft over het tijdvak 29 mei 2005 tot en met 18 februari 2008 een naheffingsaanslag opgelegd ten bedrage van € 735.669. Na afwijzing van het bezwaar stelt de oorspronkelijke koper beroep in bij Rechtbank Noord-Holland.

De rechtbank oordeelt dat, veronderstellenderwijs uitgaande van de juistheid van het standpunt van de inspecteur dat het belastbare feit op 20 mei 2005 heeft plaatsgevonden, het belastbare feit buiten het op de naheffingsaanslag vermelde tijdvak heeft plaatsgevonden. De oorspronkelijke koper heeft ter zitting verklaard dat hij pas op de zitting voor het eerst heeft vernomen dat de inspecteur de datum van fysieke overdracht beschouwt als de datum waarop de verwerving plaatsvindt. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat het op de naheffingsaanslag vermelde tijdvak op een duidelijke, voor de oorspronkelijke koper kenbare, vergissing berust. Dat 20 mei 2005 als heffingsmoment geldt, blijkt niet duidelijk uit de brieven van de inspecteur, de facturen, de naheffingsaanslag, terwijl in het op de naheffingsaanslag vermelde tijdvak diverse rechtshandelingen zijn verricht die in beginsel als heffingsmoment voor de btw zouden kunnen gelden. Om die reden acht de rechtbank het niet toegestaan om btw die is verschuldigd buiten het tijdvak waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft, in de naheffingsaanslag te begrijpen. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond. De rechtbank is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de inspecteur een onhoudbaar standpunt heeft verdedigd en kent daarom geen integrale proceskostenvergoeding toe.

?Deze procedure laat zien dat formeelrechtelijke aspecten van groot belang zijn. Het vermelden van een onjuist tijdvak op de naheffingsaanslag, leidt er in deze uitspraak toe dat de naheffing van btw van tafel gaat. En omdat de naheffingstermijn inmiddels is verstreken, is het opleggen van een btw-naheffingsaanslag over het juiste tijdvak niet meer mogelijk.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op