17 juli 2015Moeiende holding volledige btw-aftrek kosten aantrekken kapitaal

In de gevoegde zaken “Beteiligungsgesellschaft Larentia + Minerva mbH & Co. KG” en “Marenave Schiffahrts AG” gaat het om moeiende holdings die kosten maken ter financiering van de aankoop van een deelneming in een commanditaire vennootschap. 

Na de aankoop verrichten de holdings tegen vergoeding diensten tegen vergoeding aan de deelneming. De Duitse verwijzende rechter heeft aan het HvJ de prejudiciële vraag voorgelegd hoe de gedeeltelijke btw-aftrek voor de moeiende commanditaire vennoten moet worden berekend. Daarnaast vraagt de Duitse rechter of het in strijd is met het unierecht dat personenvennootschapen zonder rechtspersoonlijk volgens het Duitse recht niet met een holding in de fiscale eenheid kunnen worden opgenomen en dat voor een opname in een fiscale eenheid een hiërarchische verhouding is vereist en, zo ja, of een belastingplichtige zich rechtstreeks kan beroepen op het unierecht. 

In zijn oordeel merkt het HvJ EU allereerst op dat een holdingvennootschap wier enige doel is deelnemingen te nemen in andere ondernemingen, zonder dat zij zich direct of indirect mengt in het beheer van die ondernemingen, onverminderd de rechten van deze holdingvennootschap als aandeelhouder of vennoot, niet kwalificeert als btw-plichtige in de zin van de btw-richtlijn. De enkele aankoop en het enkele bezit van aandelen vormen geen economische activiteiten. De inmenging van een holding in het beheer van de vennootschappen waarin zij deelnemingen heeft genomen, vormt echter wel een economische activiteit, aldus het HvJ EU, indien btw-belaste handelingen worden verricht zoals de verrichting van administratieve, financiële, commerciële en technische diensten door de holding ten behoeve van haar dochterondernemingen. De kosten die de holding heeft gemaakt voor  de verwerving van deelnemingen in dochterondernemingen, moeten volgens het HvJ EU geacht te zijn gemaakt voor de economische activiteit van deze holding, zodat de btw op deze kosten volledig voor aftrek in aanmerking komt als de holding uitsluitend aftrekgerechtigde activiteiten verricht.  Als de holding slechts aan het beheer van bepaalde dochterondernemingen deelneemt en met betrekking tot andere dochterondernemingen geen economische activiteiten verricht, kunnen de kosten slechts voor een deel worden geacht deel uit te maken van haar algemene kosten en komt de btw op de kosten in aftrek voor zover toerekenbaar aan de economische activiteiten. 

Ten aanzien van de Duitse regeling voor de fiscale eenheid oordeelt het HvJ EU dat de beperking tot rechtspersonen (en derhalve de uitsluiting van personenvennootschappen) in strijd is met het Unierecht, tenzij deze beperking uit hoofde van de bestrijding van fraude of misbruik is gerechtvaardigd. De verwijzende rechter zal dit na moeten gaan. Het is voor belastingplichtigen niet mogelijk om zich rechtstreeks te beroepen op de bepaling over de fiscale eenheid in de btw-richtlijn, omdat de lidstaten de bevoegdheid hebben deze bepaling nader in te vullen. Art. 4, lid 4 Zesde Richtlijn (art. 11 btw-richtlijn) werkt de reikwijdte van de fiscale eenheid namelijk onvoldoende uit.

Het oordeel van het HvJ EU inzake de btw-aftrek voor de kosten van het aantrekken van kapitaal door moeiende holdings is in overeenstemming met het nationale beleid inzake de verwervingskosten van een deelneming. Dat art. 4, lid 4 van de Zesde Richtlijn (thans art. 11 btw-richtlijn) volgens het HvJ EU geen rechtstreekse werking heeft, betekent dat in Nederland gevestigde niet-ondernemers (passieve holding bijv.), die volgens het Unierecht wel, maar op grond van art. 7, lid 4 Wet OB niet in de fiscale eenheid kunnen worden opgenomen, niet met een rechtstreeks beroep op het Unierecht kunnen bewerkstelligen dat zij in Nederland in een fiscale eenheid worden opgenomen. Daarnaast blijkt uit dit arrest dat het HvJ EU -anders dan de Hoge Raad- van oordeel is dat een verhouding van ondergeschiktheid geen vereiste is voor een fiscale eenheid. Dit oordeel van het HvJ EU inzake de fiscale eenheid kan voor de Nederlandse praktijk derhalve nog een staartje krijgen. Voor meer informatie over het aftrekrecht zie 10 en voor meer informatie over het Nederlandse fiscale eenheidsregime zie 1.10.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op