29 december 2016Ministerie van Financiën – Nadere uitleg Btw-vrijstelling watersportorganisaties

Per 1 januari 2017 wordt de btw-vrijstelling voor een aantal prestaties door niet-winstbeogende watersportorganisaties (artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de omzetbelasting 1968) aangepast. Dat is het gevolg van een uitspraak van het Hof van Justitie in een inbreukprocedure tegen Nederland (HvJ 25 februari 2016, nr. C-22/15).

De vrijstelling voor prestaties door niet-winstbeogende watersportorganisaties die onontbeerlijk zijn voor het beoefenen van sport wordt op twee onderdelen aangepast:

  • De vrijstelling geldt niet meer voor de terbeschikkingstelling van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen die op grond van objectieve kenmerken niet geschikt en noodzakelijk zijn voor sportbeoefening. Als geschikt en noodzakelijk voor de beoefening van sport worden in ieder geval zeilboten (mits de boot is ingericht en uitgerust om primair zeilend te varen, waarbij een tijdelijke ontmanteling, bijvoorbeeld wegens reparatie of opslag, geen belemmering is), kajaks, roeiboten, kano’s en zogenoemde powerboats (vaartuigen die kennelijk specifiek zijn uitgerust en ingericht om mee te doen aan zogenoemde powerboatwedstrijden) genoemd.
  • De vrijstelling geldt niet meer alleen voor watersportorganisaties die gebruik maken van vrijwilligers, maar ook voor niet-winstbeogende watersportorganisaties die personeel in dienst hebben. Daarbij geldt de voorheen genoemde maximum loonkostengrens van € 4.538 niet meer.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op