6 juli 2016Maatschappen van familie afzonderlijke btw-ondernemers

A-G Szpunar is van mening dat drie maatschappen van familieleden die ieder wijnbouw -en productieactiviteiten verrichten op eigen naam en voor eigen rekening afzonderlijke btw-ondernemers zijn.

In deze zaak gaat het om de Oostenrijkse familie Nigl die sinds lang activiteiten verricht op het gebied van wijnbouw en -productie. Naarmate de productie steeg en het areaal groter werd zijn steeds meer familieleden betrokken geraakt bij de activiteiten. Momenteel vormen zij drie maatschappen, die elk op hun eigen grondgebied wijnstokken aanbouwen. Ook de wijn wordt gescheiden geproduceerd uit de opbrengst van de grondstukken van elke maatschap en draagt een benaming die verwijst naar de aanbouw van de betrokken maatschap, hoewel hij onder de gemeenschappelijke naam “Nigl” wordt verkocht. Bovendien hebben de familieleden in 2001 Weingut Nigl GmbH opgericht. Deze vennootschap houdt zich vooral bezig met de verkoop van de wijn in naam en voor rekening van de drie maatschappen. Zij produceert ook wijn in eigen naam uit de druiven die zij van de maatschappen koopt. De voor de aanbouw en productie benodigde werktuigen zijn aangeschaft door de afzonderlijke maatschappen, met uitzondering van de onroerende goederen en enkele installaties, zoals de bottelmachine, die gemeenschappelijk eigendom is.

De maatschappen en de GmbH zijn afzonderlijk geregistreerd als btw-ondernemer. De maatschappen vallen onder de landbouwregeling. Dit is door controles van de Oostenrijkse fiscus bevestigd. In 2012, na een volgende controle, heeft de Oostenrijkse fiscus het standpunt ingenomen dat de drie maatschappen met ingang van 2005 moeten worden aangemerkt als één ondernemer. Om die reden zijn over de periode van 2005 tot en met 2012 naheffingsaanslagen opgelegd en is de geldigheid van de btw-nummers beperkt. Hiertegen zijn de maatschappen in verweer gekomen. Het Oostenrijkse Bundesfinanzgericht heeft aan het HvJ prejudiciële vragen gesteld.

A-G Szpunar heeft het HvJ in deze zaak van advies voorzien. In zijn conclusie stelt hij vast dat niet in geschil is dat de maatschappen economische activiteiten verrichten, maar dat de vraag is of deze maatschappen deze activiteiten zelfstandig verrichten. Naar zijn mening is dit het geval, aangezien de maatschappen de activiteiten op eigen naam, voor eigen rekening en onder persoonlijke leiding verrichten en ook het economische bedrijfsrisico van deze activiteiten dragen. Ten aanzien van de vraag of de maatschappen als een fiscale eenheid aangemerkt moeten worden merkt de A-G op dat de fiscale eenheidsbepaling die ter raadpleging aan het BTW-Comité is voorgelegd beperkt is tot rechtspersonen. De Oostenrijkse fiscus meent dat de fiscale eenheid niettemin ook van toepassing is op de maatschappen die geen rechtspersoonlijkheid hebben. De A-G meent dat de nationale rechter dient te beoordelen of de maatschappen een fiscale eenheid zijn. Hij merkt in dit kader op dat het HvJ heeft geoordeeld dat btw-ondernemers zich niet rechtstreeks kunnen beroepen op de richtlijnbepaling inzake de fiscale eenheid. Nog minder kan de Oostenrijkse fiscus zich ten nadele van de maatschappen beroepen op deze richtlijnbepaling. Als de maatschappen als een fiscale eenheid kunnen worden aangemerkt kan slechts ingeval van misbruik van recht sprake zijn van terugwerkende kracht. Indien geen sprake is van misbruik van recht dan is de terugwerkende kracht in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Ten aanzien van de landbouwregeling merkt de A-G op dat de vraag of deze regeling kan worden geweigerd dit geding te buiten gaat. Niettemin merkt hij op dat de Oostenrijkse beperking van deze regeling, gelet op de ruime discretionaire bevoegdheid van de lidstaten, tot degenen die ontheven zijn van de boekhoudplicht (die op haar beurt weer afhangt van de omvang van het landbouwbedrijf, gemeten naar de omzet en de waarde ervan) door de beugel kan. Ook de landbouwregeling kan slechts met terugwerkende kracht worden geweigerd indien sprake is van misbruik van recht.

Het enkele feit dat de maten van de verschillende maatschappen familieleden van elkaar zijn, is onvoldoende om de zelfstandigheid van de verschillende maatschappen te negeren. Zeker indien de maatschappen handelen op eigen naam en voor eigen rekening en risico. Wij delen daarom de conclusie van de A-G dat de maatschappen zelfstandig economische activiteiten verrichten en daarom afzonderlijke btw-ondernemers zijn. Net als de A-G zijn wij van mening dat het beroep op het bestaan van de fiscale eenheid voor de btw door de Oostenrijkse fiscus geen hout snijdt, aangezien de Oostenrijkse wetgever deze rechtsfiguur (ten onrechte, want in strijd met de rechtsvormneutraliteit) heeft beperkt tot rechtspersonen. Het is vaste jurisprudentie van het HvJ dat de overheid, zoals de Oostenrijkse fiscus, geen rechtstreeks beroep kan doen op een richtlijnbepaling ten nadele van een belastingplichtige. Bovendien heeft het HvJ geoordeeld dat de richtlijnbepaling inzake de fiscale eenheid geen rechtstreekse werking heeft, hetgeen een rechtstreeks beroep op deze richtlijnbepaling belet. Minder enthousiast zijn wij over het standpunt van de A-G dat de maatschappen ingeval van misbruik ook met terugwerkende kracht als een fiscale eenheid kunnen worden aangemerkt. Wij achten dit een te vergaande inbreuk op de rechtszekerheid. De Nederlandse methode om een persbericht uit te vaardigen en de wetgeving terugwerkende kracht te verlenen tot de datum van dit persbericht achten wij een beter alternatief voor het bestrijden van misbruik. Gelet op de jurisprudentie van het HvJ inzake btw-fraude valt echter niet uit te sluiten dat het HvJ geen enkele moeite heeft met de door de A-G voorgestane, vergaande inbreuk op het rechtszekerheidsbeginsel ingeval van misbruik.Uit de feiten in deze zaak is overigens niet af te leiden of de oprichting van de verschillende maatschappen als oogmerk had om gebruik te kunnen maken van de landbouwregeling die in Oostenrijk beperkt is tot kleine ondernemers. Voor meer informatie over het btw-ondernemerschap zie 1.1 en voor meer informatie over misbruik van recht zie 13.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op