13 juli 2017Lidstaat moet rente vergoeden bij onredelijk laat verlenen btw-teruggaaf

De Hongaarse wetgeving bepaalt dat wanneer een btw-teruggaaf te laat wordt verleend, de Hongaarse fiscus per dag vertragingsrente is verschuldigd. Echter, wanneer de niet-teruggaaf te wijten is aan een gebrek aan bekwame spoed van de btw-ondernemer die de vereiste informatie moet verstrekken, bepaalt de Hongaarse wetgeving dat geen rente wordt vergoed. Het HvJ heeft geoordeeld dat deze ‘alles-of-niet-regeling’ in strijd is met het Unierecht en dat de Hongaarse fiscus rente moet vergoeden voor zover btw-teruggaaf onredelijk laat is verleend.

De feiten in deze zaak zijn als volgt. Glencore Grain Hungary Kft (hierna: Glencore) is actief in de graanhandel. Voor de maand september 2011 heeft zij de Belastingdienst verzocht om een btw-teruggaaf van ruim 4 miljard Hongaarse forint (ongeveer € 12,4 miljoen). Voorafgaand aan de gevorderde teruggaaf heeft de fiscus een controle ingesteld voor de wettigheid van het verzoek. Daarbij heeft de fiscus Glencore meerdere malen om gegevens verzocht en is aan Glencore drie boeten opgelegd voor het belemmeren van de controle door te laat te antwoorden op de verzoeken. In Hongarije kan de termijn voor de btw-teruggaaf worden verlengd en begint de termijn (30 dagen) voor de teruggaaf te lopen vanaf de dag waarop het proces-verbaal aan de belastingplichtige ter kennis wordt gebracht. Op 13 november 2013 wordt een gedeelte van de verzochte btw-teruggaaf toegekend, namelijk 1,8 miljoen HUF (ongeveer 5,9 miljoen euro). Glencore verzoekt de Hongaarse fiscus om vertragingsrente voor de periode van 4 december 2011 tot 13 november 2013 van ruim 400 miljoen HUF (ongeveer 1,3 miljoen euro) te vergoeden. De fiscus wijst dit verzoek af en is van mening dat Glencore geen recht heeft op vertragingsrente, aangezien het verloop van de controle en de btw-teruggaaf waren belemmerd door het verzuim van Glencore om de vereiste gegevens te verstrekken. Glencore heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek. De verwijzende rechter stelt prejudiciële vragen aan het HvJ over de verenigbaarheid van de Hongaarse regeling.

Het HvJ oordeelt dat uit zijn rechtspraak volgt dat de door een lidstaat vastgestelde regeling voor de btw-teruggaaf geen afbreuk mag doen aan het beginsel van de fiscale neutraliteit door de btw-ondernemer geheel of gedeeltelijk de last van de btw te doen dragen. Daarnaast moet de btw-teruggaaf binnen een redelijke termijn geschieden en de wijze van de btw-teruggaaf mag niet enig financieel risico met zich meebrengen. De termijn voor de teruggaaf kan met het oog op een belastingcontrole worden verlengd, maar mag niet verder gaan dan noodzakelijk is om de controle tot een goed einde te brengen. Verder is de verschuldigdheid van de vertragingsrente bepalend in welke mate de duur van de fiscale controleprocedure te wijten is aan het gedrag van de belastingplichtige. In casu is de eerste gedeeltelijke btw-teruggaaf voor september 2011 pas in 2013 geschiedt, bijna twee jaar na het verstrijken van de normale teruggaaftermijn die in de Hongaarse regeling is vastgesteld. Bovendien heeft de fiscus de controle gestart op een datum die zeer dicht bij het einde van de vastgestelde termijn voor de teruggaaf lag en is het proces-verbaal van de uitgevoerde belastingcontrole ruim 1,5 jaar later afgegeven na het laatste verzoek van de belastingdienst tot overleggen van de documenten. Het HvJ oordeelt dat de Hongaarse regeling niet voldoet aan het beginsel van de fiscale neutraliteit, omdat de betaling van vertragingsrente niet mag worden geweigerd indien de fiscale controleprocedure buitensporig lang en die buitensporig lange duur niet volledig te wijten is aan het gedrag van de belastingplichtige.

 Het uitstellen van het verlenen van de btw-teruggaaf waarom (tijdig) is verzocht is een inbreuk op het beginsel van de fiscale neutraliteit dat eist dat de btw-ondernemer de last van de btw niet geheel of deels mag dragen. Een dergelijke inbreuk kan gerechtvaardigd zijn. Zo kan het niet tijdig reageren op informatieverzoeken van de fiscus een rechtvaardiging zijn voor het uitstellen van de betaling van de btw-teruggaaf. Het probleem van de Hongaarse wetgeving inzake vertragingsrente is de onevenredigheid. Het enkele feit dat Glencore op een aantal informatieverzoeken niet tijdig heeft gereageerd en hiervoor is beboet, is volgens deze wetgeving voldoende om in het geheel geen vertragingsrente te vergoeden. Wij onderschrijven daarom het oordeel van het HvJ dat uitstel voor het betalen van de btw-teruggaaf slechts gerechtvaardigd is voor zover de lange duur van de controle van het recht op teruggaaf te wijten is aan het gedrag van een btw-ondernemer. Hoewel de Nederlandse regeling voor het vergoeden van belastingrente niet zo rigide is als de Hongaarse regeling, kan niet worden ontkend dat ook in Nederland sprake is van een onevenwichtigheid bij het in rekening brengen en vergoeden van belastingrente. Met andere woorden: er wordt sneller belastingrente berekend dan vergoed. Zo wordt bij een naheffing van btw of een te late betaling van de btw in beginsel belastingrente berekent vanaf 1 januari van het jaar na het jaar waarop de nageheven of de te laat betaalde btw betrekking heeft (art. 30h Awr). Bij een te laat verleende btw-teruggaaf wordt echter pas belastingrente vergoed vanaf 1 april van het jaar na het jaar waarop de teruggaaf betrekking heeft (art. 30ha Awr). De Staatssecretaris van Financiën lijkt echter niet van zins om die onevenwichtigheid weg te nemen, aangezien dit de schatkist te veel kost. Dit kostenplaatje lijkt ons echter geen goede reden om die onevenwichtigheid te handhaven. Rente dient ter compensatie voor de te late betaling. En waarom zou de Belastingdienst voor een te late betaling sneller gecompenseerd moeten worden dan een btw-ondernemer? Wij betwijfelen daarom of deze onevenwichtigheid in de Nederlandse belastingrenteregeling de toets van de Unierechtelijke kritiek kan doorstaan.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op