4 december 2017Levering wedstrijdshirt en drankmunten delen in 6%-tarief obstacle run

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de levering van wedstrijdshirts en drankmunten niet zijn belast tegen het normale tarief, maar delen in het verlaagde btw-tarief van de obstacle run.

Feiten
Een ondernemer organiseert meerdere keren per jaar een zogenoemde obstacle run. Dit is een sportevenement waarbij hardlopen wordt gecombineerd met het overwinnen van diverse obstakels. De deelnemers aan deze obstacle run krijgen een wedstrijdshirt en een drankje (bier of frisdrank) bij de finish. De ondernemer heeft naast het mogen deelnemen aan de obstacle run ook over het verstrekken van het wedstrijdshirt en een drankje het verlaagde btw-tarief toegepast. De inspecteur heeft na een boekenonderzoek vastgesteld dat het algemene btw-tarief van toepassing is en legt een naheffingsaanslag op. De ondernemer maakt bezwaar en stelt naar aanleiding van een negatieve uitspraak op bezwaar beroep in. De rechtbank oordeelt dat de levering van het wedstrijdshirt en van het biertje zijn belast naar hun eigen algemene tarief en niet delen in het lage tarief van de obstacle run. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Hof Arnhem-Leeuwarden
Het hof leidt uit de verschillende taalversies van het arrest Card Protection Plan ltd af dat met bijkomende elementen in wezen wordt bedoeld: elementen die de omstandigheden of condities optimaliseren waaronder de hoofddienst wordt genoten. Deze elementen voegen genot of waarde toe aan de hoofddienst, zodat de laatstgenoemde voor de modale consument aantrekkelijker wordt. Dat het wedstrijdshirt en het drankje voor de modale consumenten doelen op zich zijn, acht het hof niet aannemelijk. Het wedstrijdshirt is een soort trofee voor deelnemers die de finish hebben gehaald en het drankje is een aantrekkelijke afsluiter van het sportevenement. Het hof beschouwt het wedstrijdshirt en het drankje als elementen die het karakter en de sfeer van dit type sportevenement onderstrepen en voor de modale consument aantrekkelijke extra’s zijn. De bijkomstige status van het wedstrijdshirt en het drankje wordt voorts bevestigd door de inkoopprijzen en, voor het wedstrijdshirt, door de omstandigheid dat dit niet los te koop is. De conclusie van het hof luidt dat het gelegenheid geven tot sportbeoefening de hoofdprestatie is en dat het wedstrijdshirt en het drankje bijkomende elementen zijn, die het fiscale lost van de hoofdprestatie delen. In beginsel is het verlaagde tarief van toepassing op de gehele prestatie die belanghebbende aan de deelnemer aan de obstacle run verleent. 

 Wij zijn het eens met de uitspraak van het hof. De uitspraak van het hof is in lijn met eerdere jurisprudentie van het HvJ en het beleid van de Staatssecretaris. Het wedstrijdshirt en de drankmunt zijn naar onze mening geen doel op zich, maar middelen om de hoofdprestatie zo aantrekkelijk mogelijk te maken (Card Protection Plan Ltd). In het arrest Everything Everywhere stelde het HvJ vast dat de door Everything Everywhere aan zijn klanten aangeboden betalingsverwerkingsdiensten niet konden worden afgenomen zonder gebruik te maken van de hoofdprestatie, bestaande uit een telecommunicatiediensten. In deze casus geldt dat het wedstrijdshirt niet los te koop is en pas kan worden gekregen indien mee wordt gedaan met de Obstacle Run. Daarnaast volgt uit paragraaf 3.2.7 van het besluit van de Staatssecretaris nr. 2017-168377 dat bijkomende prestaties, prestaties zijn die een kleine invloed hebben op de totaalprijs van de betreffende transactie. De prijs van de drankmunt €0,70 en het wedstrijdshirt €4,07 hebben maar een kleine invloed op de totaalprijs. 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op