14 november 2013Levering gebouwencomplex ondanks enkele sloopwerkzaamheden niet belast met btw

X is eigenaar van een gebouwencomplex. In 2005 en 2008 heeft X de gemeente P verzocht om wijziging van de bestemming en toestemming tot uitbouw en verbouw van het gebouwencomplex. Deze wijzigingen zijn door de gemeente slechts ten dele goedgekeurd. Vanaf 2009 is het gebouwencomplex beheerd door Q in het kader van antikraak. X heeft een aantal verdiepingen van het gebouw ontdaan van een deel van de CV-leidingen en de kantoorinrichting, inclusief tussenschotten en vloerbedekking, zodat grote kale ruimten ontstonden. In juli 2010 heeft X het gebouwencomplex verkocht aan A, die reeds in februari van datzelfde jaar een aanvraag voor een bouwvergunning voor het gebouwencomplex had ingediend. Ten tijde van de levering waren aan het gebouwencomplex nog geen verbouwingswerkzaamheden verricht zoals bedoeld in de aanvraag van de bouwvergunning. Bovendien werd een deel van het complex nog verhuurd als winkel en vond er antikraakbewoning plaats. 

Met betrekking tot de verkrijging van het gebouwencomplex heeft A circa € 295.000 aan overdrachtsbelasting op aangifte voldaan. Vervolgens heeft A bezwaar gemaakt tegen de voldoening van overdrachtsbelasting, omdat de verkrijging van het gebouwencomplex volgens hem is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Naar de mening van A is de levering belast met 21% btw, omdat sprake is van meerdere handelingen die tezamen als één handeling moeten worden gezien en kwalificeren als de levering van een bouwterrein of een nieuw vervaardigd onroerend goed, zodat de samenloopvrijstelling van toepassing is (zie 7.11). De inspecteur heeft het bezwaar afgewezen, waarna A beroep heeft ingesteld. In eerste aanleg heeft Rechtbank Haarlem het beroep van A ongegrond verklaard. 

In hoger beroep bevestigt Hof Amsterdam het oordeel van de rechtbank. Naar het oordeel van het hof heeft X geen onbebouwd terrein aan A geleverd, aangezien de bedoeling van partijen daar niet op gericht was. Evenmin is sprake van handelingen die tezamen één handeling vormen en kwalificeren als de levering van een nieuw vervaardigd onroerend goed, aangezien X en A geen intentie hebben gehad om een nieuw gebouw te vervaardigen, aldus het hof. De verbouwingswerkzaamheden hebben, op een enkele sloophandeling na, alle plaatsgevonden na de levering van het gebouwencomplex. Het hof komt tot het eindoordeel dat A terecht overdrachtsbelasting op aangifte heeft voldaan, nu geen sprake is van de levering van een bouwterrein of een nieuw vervaardigd onroerend goed.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op