22 november 2017Levering gebouw na langdurig gebruik voor eigen bedrijfsdoeleinden btw-vrijgesteld

Het HvJ heeft geoordeeld dat de Poolse regeling waarbij de ‘eerste ingebruikneming’ van een gebouw altijd moet samengaan met de verrichting van aan btw onderworpen handelingen, in strijd is met de Btw-richtlijn.

Relevante wetgeving

Een gebouw is voor de btw “nieuw” als het voor, op of uiterlijk twee jaar na het tijdstip van eerste ingebruikneming wordt geleverd. De levering van een nieuw gebouw is van rechtswege belast met 21% btw. Een gebouw is voor de btw “oud” indien op het tijdstip van de levering twee of meer jaren na tijdstip van eerste ingebruikneming verstreken is. De levering van een oud gebouw is btw-vrijgesteld.

Feiten

De Poolse onderneming Kozuba Premium Selection sp. z o.o. (hierna: Kozuba) heeft in september 2005 haar maatschappelijk kapitaal verhoogd doordat een van de aandeelhouders een zomerhuis, gebouwd in 1992, in de vennootschap inbracht. Dit gebouw is in 2006 gemoderniseerd en ingericht als ‘modelwoning’. De renovatiekosten bedroegen 55% van de beginwaarde van het gebouw. In juli 2007 heeft Kozuba de modelwoning ingeboekt in het register van vaste activa. In januari 2009 werd de modelwoning uitgeboekt uit het register en verkocht aan een derde. Naar de mening van Kozuba is de verkoop van het gebouw een belastbare activiteit, namelijk de btw-vrijgestelde verkoop van een gebruikt gebouw. Volgens de Poolse fiscus is het gebouw echter niet voor het eerst in gebruik genomen in juli 2007, omdat het toen werd bestemd voor eigen activiteiten van de onderneming. De eerste ingebruikneming was volgens de fiscus pas op de datum van verkoop van de woning in januari 2009, zodat geen sprake kan zijn van een btw-vrijgestelde levering.

Procedure

De Poolse rechter twijfelt over het moment van eerste ingebruikneming en betwijfelt of het begrip ‘verbouwing’ in de Poolse btw-wet verenigbaar is met de btw-richtlijn. Op grond van de Poolse btw-wet is sprake van een verbouwing die leidt tot een eerste ingebruikneming als de uitgaven voor de verbetering, in de zin van de IB-bepalingen, ten minste 30% van de beginwaarde bedroegen. De rechter heeft prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. De A-G heeft het HvJ geadviseerd in deze zaak te oordelen dat het begrip ‘eerste ingebruikneming’ een zelfstandig begrip is, dat niet afhankelijk is van de voorwaarde dat eerst een belastbare handeling wordt verricht. Polen handelt in strijd met de btw-richtlijn door dit als voorwaarde te stellen. De Poolse regeling dat er sprake is van een verbouwing van een gebouw wanneer de in dat verband gedane uitgaven ten minste 30% van de beginwaarde van het gebouw bedragen, is volgens de A-G wel verenigbaar met de btw-richtlijn. Het moet dan wel gaan om aanzienlijke verbeteringen van bouwkundige aspecten.

HvJ
Het HvJ volgt de conclusie van de A-G en oordeelt dat Polen in strijd met de btw-richtlijn handelt. Polen gaat er namelijk vanuit dat de ‘eerste ingebruikneming’ van een gebouw altijd moet samengaan met het verrichten van een aan de btw onderworpen handeling. Het HvJ stelt dat wanneer een gebouw gedurende ten minste twee jaar ononderbroken door de eigenaar ervan wordt gebruikt, dat gebruik gelijkgesteld wordt met een eerste levering. De latere verkoop van dat gebouw is dan vrijgesteld van btw. Verder oordeelt het HvJ dat het niet in strijd is met het EU-recht dat Polen eist dat bij ‘verbetering’ van een bestaand gebouw de uitgaven daarvoor niet méér bedragen dan 30% van de beginwaarde van dat gebouw, om de btw-vrijstelling toe te kunnen passen. Wel merkt het HvJ daarbij op dat het begrip ‘verbetering’ op dezelfde wijze moet worden uitgelegd als het begrip ‘verbouwing’ in art. 12, lid 2 btw-richtlijn, dat wil zeggen in die zin dat het betrokken gebouw veranderingen van betekenis heeft ondergaan die zijn bedoeld om het gebruik ervan te wijzigen of om de omstandigheden waaronder het wordt betrokken, ingrijpend aan te passen.

 Wij zijn het eens met de uitspraak van het HvJ. Het standpunt van Polen is opmerkelijk te noemen. In Nederland telt ook gebruik voor eigen bedrijfsdoeleinden mee voor de vraag of een gebouw als nieuw of oud aangemerkt moet worden. Een fabrieksgebouw dat twintig jaar lang door een fabrikant in gebruik genomen is voor de productie van goederen en daarna wordt geleverd aan een derde kan immers moeilijk als nieuw worden beschouwd. Het tweede punt van de procedure betreft de vraag wanneer een oud gebouw door een verbouwing weer als nieuw beschouwd mag worden. Op grond van de Poolse wetgeving leidt een grote verbouwing tot een eerste ingebruikneming van een gebouw. De levering van een grootschalig verbouwd, oud gebouw kan dus een btw-belaste levering vormen. In Nederland kennen wij het begrip ‘vernieuwbouw’: indien men een gebouw dusdanig ingrijpend verbouwt dat naar maatschappelijke opvattingen een vervaardigd goed (dat wil zeggen: een goed dat tevoren niet bestond) ontstaat, is eveneens sprake van een btw-belaste (op)levering van een (nieuw) gebouw. Zie 7.2.2 voor meer informatie over vernieuwbouw.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op