2 augustus 2017Levering combinatieverpakking inhalator en voorzetkamer belast met 6% btw

Voor de levering van geneesmiddelen geldt het verlaagde btw-tarief van 6%. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat de levering van de combinatieverpakking inhalator/medicijnverstuiver en voorzetkamer (Babyhaler) belast is met 6% btw. 

Een farmaceutische onderneming levert onder andere het medicijn Ventolin, een geneesmiddel dat wordt gebruikt bij de behandeling van astma. Het medicijn is verkrijgbaar in een inhalator/medicijnverstuiver. Bij de toediening van het medicijn wordt in veel gevallen gebruik gemaakt van een voorzetkamer. Dit is een verlengstuk dat wordt geplaatst tussen de inhalator/medicijnverstuiver en de mond. Er bestaan twee soorten: de Volumatic voor volwassenen en kinderen vanaf 4 jaar en de Babyhaler voor kinderen tot 4 jaar. Met een druk op de inhalator/medicijnverstuiver komt het medicijn in de voorzetkamer, waarna het vervolgens kan worden geïnhaleerd door in te ademen via het mondstuk of mondkapje van de voorzetkamer. De inhalator/medicijnverstuiver wordt zowel in combinatie met een voorzetkamer (hierna: combinatieverpakking) als afzonderlijk verkocht. De onderneming heeft over op de levering van deze twee soorten combinatieverpakkingen het verlaagde btw-tarief van 6% toegepast. 

De Belastingdienst is van mening dat het algemene btw-tarief (destijds 19%, thans 21%) van toepassing is en heeft een naheffingsaanslag opgelegd. Na overleg met het Ministerie van Financiën heeft de inspecteur de naheffingsaanslag hangende het beroep ambtshalve verminderd, omdat de Volumatic als katheter wordt aangemerkt als bedoeld in post a.37 van Tabel I behorende bij de Wet OB. Rechtbank Gelderland heeft de verminderde naheffingsaanslag gehandhaafd. In hoger beroep is in geschil of de combinatieverpakking Babyhaler onderworpen is aan het verlaagde btw-tarief. 

Hof Arnhem Leeuwarden oordeelt dat uit de tekst van post a.6 van Tabel I behorende bij de Wet OB volgt dat voor de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ aansluiting moet worden gezocht bij het begrip ‘geneesmiddel’ in de Geneesmiddelenwet. De onderneming heeft voor de combinatieverpakking met een Babyhaler een handelsvergunning aangevraagd die door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (hierna: CBG) is verstrekt met een RVG-nummer. Hieruit leidt het hof af dat het CBG de combinatieverpakking met Babyhaler heeft aangemerkt als een geneesmiddel als bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Daarnaast wordt op de website van het CBG informatie gegeven over de Babyhaler, inhoudende dat dit een hulpmiddel is dat ervoor zorgt dat de baby de juiste dosis Ventolin krijgt. Verder volgt uit art. 46, lid 2 van de Geneesmiddelenwet dat indien de handelsvergunning verleend wordt, deze tevens de goedkeuring van de samenvatting van productkenmerken bevat. Gelet op deze feiten oordeelt het hof dat de combinatieverpakking met een Babyhaler een geneesmiddel is als bedoeld in de Geneesmiddelenwet en post a.6 van Tabel I. Dit betekent dat het verlaagde btw-tarief van 6% van toepassing is op de levering van deze combinatieverpakking. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.

  Voor de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ in Tabel I, post a.6 is door de wetgever aangesloten bij de Geneesmiddelenwet. Nu het CBG een handelsvergunning heeft afgegeven voor de combinatieverpakking bevattende een Babyhaler, kwalificeert dit product als een geneesmiddel als bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Het oordeel van het hof achten wij daarom juist. Wij wijzen erop dat recent een wetsvoorstel ter internetconsultatie is aangeboden dat de reikwijdte van het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen moet beperken tot ‘echte’ geneesmiddelen. Voor onderhavig product zal de voorgestelde aanscherping echter geen gevolgen te hebben.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op