19 augustus 2014Kosten gezamenlijk bestuursbureau scholen geen kosten voor gemene rekening

Op 1 januari 2009 heeft een gemeente in Noord-Holland het bestuur van scholen voor het primair openbaar onderwijs, openbaar speciaal primair onderwijs en openbaar speciaal voortgezet onderwijs overgedragen aan een stichting. Deze stichting heeft op diezelfde datum hiervoor een aantal personeelsleden in dienst genomen. In oktober 2009 is de stichting met een andere stichting overeengekomen om een gezamenlijk bestuursbureau op te richten waarin de ondersteunende taken jegens de scholen wordt ondergebracht. Op basis van de overeenkomst worden de personeels- en overheadkosten van het gezamenlijk bestuursbureau door de ene stichting, de penvoerder, aan de andere stichting doorberekend op basis van het aantal leerlingen op de jaarlijkse teldatum van 1 oktober voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar. Hierbij wordt een verhouding gehanteerd van 1 (leerlingen basisonderwijs):3 (leerlingen speciaal onderwijs). Op 1 november 2011 is een nieuwe samenwerkingsovereenkomst getekend voor onbepaalde tijd, maar op basis van een vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen om de samenwerking per 1 juni 2013 te beëindigen.

De inspecteur heeft over de periode van 2009 t/m 2011, 2012 en 1 januari tot en met 30 juni 2013 naheffingsaanslagen opgelegd. Naar de mening van de stichting ten onrechte, omdat zij meent dat voldaan is aan de voorwaarden voor kosten voor gemene rekening. Na afwijzing van het bezwaar heeft de stichting beroep ingesteld bij Rechtbank Noord-Holland.

Naar het oordeel van de rechtbank is het aan de stichting om aannemelijk te maken dat voldaan is aan de voorwaarden voor kosten voor gemene rekening nu de inspecteur betwist dat voldaan is aan de voorwaarden. Naar het oordeel van de rechtbank is de stichting niet in dit bewijs geslaagd. Dat in 2009 een jaarlijks te berekenen verdeelsleutel is overeengekomen op basis van leerlingenaantallen betekent volgens de rechtbank dat geen sprake is van een vaste verdeelsleutel. Daarnaast blijkt uit de overeenkomst die gold tot 1 november 2011 dat de stichting aan wie de personeels- en overheadkosten werden doorberekend het recht had om uit te treden zonder financiële gevolgen. Dat het nadien anders is geregeld, brengt niet met zich dat dit terugwerkt tot 1 januari 2009. Hetgeen de stichting daar tegenin heeft gebracht, heeft de rechtbank niet kunnen overtuigen dat het risico van de kosten ook de andere stichting aanging.

Het oordeel dat een verdeelsleutel op basis van het aantal leerlingen op een bepaalde datum niet vast zou zijn, is conform de zienswijze van de Belastingdienst. Toch achten wij dit oordeel niet juist. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad valt naar onze mening niet af te leiden dat een verdeelsleutel alleen vast is als er een bepaald percentage overeengekomen is. Voor deze uitspraak en meer informatie over kosten voor gemene rekening zie 4.2.?? 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op