22 maart 2013Koop-/aannemingsovereenkomst één prestatie voor de btw

In beginsel is een koper overdrachtsbelasting verschuldigd over de verkrijging van een onroerende zaak. Om te voorkomen dat bij meerdere verkrijgingen van dezelfde onroerende zaak binnen een korte periode telkens overdrachtsbelasting is verschuldigd, is in art. 13 BRV een voorziening opgenomen voor de doorverkoop van dezelfde onroerende zaak aan een ander binnen 6 maanden. Deze voorziening houdt in dat de opvolgende verkrijger alleen overdrachtsbelasting betaalt over de meerwaarde van het onroerend goed. Per 1 september 2012 is de termijn van 6 maanden bij besluit opgerekt naar 36 maanden. 

B en C hebben in juli 2007 een koop/aanneemovereenkomst gesloten met A B.V. betreffende een appartementsrecht. Bij de levering van het appartementsrecht in oktober 2007 hebben B en C € 158.000 betaald, zijnde de grondkosten. In juni 2009 is het appartement opgeleverd, nadat B en C in termijnen € 236.000 betaalden. B en C hebben het appartement vervolgens op 8 juli 2009 verkocht aan D voor een bedrag van € 410.000. Ter zake van deze verkrijging heeft D bijna € 13.000 overdrachtsbelasting voldaan op aangifte, met toepassing van art. 13 BRV. In geschil is tot welk bedrag D recht heeft op vermindering van overdrachtsbelasting, wegens verschuldigdheid van btw ter zake van een vorige verkrijging. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het bedrag dat B en C in 2007 aan grondkosten hebben betaald, (deels) in mindering kan worden gebracht op de waarde waarover D overdrachtsbelasting moet voldoen. 

In eerste aanleg oordeelde Rechtbank Den Haag dat alleen de oplevering van het appartement binnen 6 maanden vóór de verkrijging door D heeft plaatsgevonden, zodat slechts vermindering wordt verleend voor het bedrag waarover ter zake van de oplevering van het appartement btw verschuldigd was. Hof Den Haag oordeelde in hoger beroep gelijkluidend. Het oordeel van de Hoge Raad is echter anders. Onder verwijzing naar het arrest Don Bosco Onroerend Goed BV van het HvJ EG oordeelt de Hoge Raad dat de handelingen van de aannemer jegens B en C met betrekking tot de grond en het appartement voor de btw-heffing als één prestatie moeten worden beschouwd, namelijk als de levering van nieuw gebouw met het erbij behorend terrein. Die levering heeft plaatsgevonden in juni 2009, de datum waarop het appartement is opgeleverd. De verkrijging door D heeft aldus binnen 6 maanden na de vorige verkrijging plaatsgevonden.

Dit arrest van de Hoge Raad heeft gevolgen voor de btw-behandeling van de koop/aannemingsovereenkomst (zie 7.7).

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op