14 maart 2016Kasstelsel niet van toepassing, omdat prostituees niet in dienst zijn van vereniging

Btw-ondernemers die voornamelijk aan particulieren presteren, moeten of mogen het zogeheten “kasstelsel” hanteren. Dit in art. 26 Wet OB vastgelegde stelsel houdt in dat de voldoening van btw niet aan de hand van de uitgereikte facturen, maar aan de hand van de kasontvangsten plaatsvindt.

Een coöperatieve vereniging waarvan uitsluitend prostituees lid zijn, heeft met deze leden een overeenkomst gesloten die aangeduid is als arbeidsovereenkomst. In deze overeenkomst wordt aangegeven dat de werknemer, de prostituee, zich verplicht tot het realiseren van omzet ten behoeve van de vereniging. Daarnaast staat dat de omzet met name komt uit seksuele dienstverlening en dat de afnemers van de diensten klanten zijn van de vereniging. De vereniging verzorgt mede de klantenwerving. De vereniging kan aanwijzingen geven over de wijze waarop met klanten wordt omgegaan alsook over omzetdoelstellingen. De leden, de prostituees, zijn verplicht om de gehele omzet inclusief btw, af te dragen aan de vereniging via storting op een aangewezen bankrekening van de vereniging. De vereniging stelt vast op welk loon het lid recht heeft. De vereniging controleert en beoordeelt de locatie waar haar leden werken en die vaak toebehoren aan kamerverhuurbedrijven en seksclubs (hierna samen: de clubs). Indien de club voldoet aan de eisen, ontvangt de club tegen betaling van € 750 een certificaat dat een jaar geldig is. De prostituees mogen, na melding aan de vereniging, ook werken op andere locaties (thuis bijv.). De vereniging heeft voor de clubs bepaald dat de leden zelf de prijzen van hun diensten bepalen en zij rechtstreeks met de klanten afrekenen. De prostituees dragen maandelijks de bruto opbrengsten af aan de vereniging. De vereniging vermindert de omzetten met de verschuldigde btw en een bedrag ter dekking van de door haar gemaakte kosten. De na afdracht van loonheffingen resterende bedragen betaalt de vereniging aan de prostituees.

De vereniging heeft gesteld dat de prostituees hun diensten als werknemer van de vereniging verrichten en heeft verzocht om toepassing van het kasstelsel. De inspecteur heeft op dit verzoek afwijzend beslist.

Hof Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat de vereniging haar diensten verricht aan ondernemers (lees: het kasstelsel is niet van toepassing), omdat de clubs ondernemer zijn (I), de prostituees wanneer zij zelfstandig opereren ondernemer zijn en in het geval -hetgeen niet is gebleken- de prostituees in dienstbetrekking werken, zij niet de afnemer zijn van de prestaties van de vereniging (II) en de prestaties van de prostituees waarmee de vereniging geen bemoeienis van enige betekenis heeft, niet aan de vereniging zijn toe te rekenen. In cassatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het oordeel van het hof dat de vereniging geen bemoeienis van enige betekenis heeft met de diensten van de prostituees, onbegrijpelijk is. In dit verband is het volgens de Hoge Raad van belang om -gelet op het Van der Steen-arrest van het HvJ- vast te stellen of de prostituees hun diensten verrichten in hun hoedanigheid van werknemer. De Hoge Raad heeft de zaak ter verdere behandeling verwezen naar Hof Amsterdam.

Hof Amsterdam heeft recent uitspraak gedaan in deze zaak. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen de vereniging en haar leden. Veeleer acht het hof aannemelijk dat de diensten aan de klanten worden verricht door de leden zelf, dan wel de club of het raamverhuurbedrijf waarin de leden hun werkzaamheden uitvoeren. De vereniging verricht derhalve geen diensten aan de klanten van de prostituees en komt daarom niet in aanmerking voor de toepassing van het kasstelsel, aldus het hof. 

Zie