16 september 2014Kasstelsel coöperatie afhankelijk van dienstbetrekking met prostituees

Een coöperatieve vereniging waarvan uitsluitend prostituees lid zijn, heeft met deze leden een overeenkomst gesloten die aangeduid is als arbeidsovereenkomst. In deze overeenkomst wordt aangegeven dat de werknemer, de prostituee, zich verplicht tot het realiseren van omzet ten behoeve van de vereniging. Daarnaast staat dat de omzet met name komt uit seksuele dienstverlening en dat de afnemers van de diensten klanten zijn van de vereniging. De vereniging verzorgt mede de klantenwerving. De vereniging kan aanwijzingen geven over de wijze waarop met klanten wordt omgegaan alsook over omzetdoelstellingen. De leden, de prostituees, zijn verplicht om de gehele omzet inclusief btw, af te dragen aan de vereniging via storting op een aangewezen bankrekening van de vereniging. De vereniging stelt vast op welk loon het lid recht heeft. De vereniging controleert en beoordeelt de locatie waar haar leden werken en die vaak toebehoren aan kamerverhuurbedrijven en seksclubs (hierna samen: de clubs). Indien de club voldoet aan de eisen, ontvangt de club tegen betaling van € 750 een certificaat dat een jaar geldig is. De prostituees mogen, na melding aan de vereniging, ook werken op andere locaties (thuis bijv.). De vereniging heeft tegenover de clubs bepaald dat de leden zelf de prijzen van hun diensten bepalen en zij rechtstreeks met de klanten afrekenen. De prostituees dragen maandelijks de bruto opbrengsten af aan de vereniging. De vereniging vermindert de omzetten met de verschuldigde btw en een bedrag ter dekking van de door haar gemaakte kosten. De na afdracht van loonheffingen resterende bedragen betaalt de vereniging aan de prostituees. De vereniging heeft gesteld dat de prostituees hun diensten als werknemer van de vereniging verrichten en heeft verzocht om toepassing van het kasstelsel. De inspecteur heeft op dit verzoek afwijzend beslist.

Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de vereniging haar diensten verricht aan ondernemers (lees: het kasstelsel is niet van toepassing), omdat de clubs ondernemer zijn (I), de prostituees wanneer zij zelfstandig opereren ondernemer zijn en in het geval -hetgeen niet is gebleken- de prostituees in dienstbetrekking werken, zij niet de afnemer zijn van de prestaties van de vereniging (II) en de door de prestaties van de prostituees waarmee de vereniging geen bemoeienis van enige betekenis heeft, niet aan de vereniging zijn toe te rekenen.

Naar aanleiding van het cassatieberoep van de vereniging oordeelt de Hoge Raad dat het oordeel van het hof dat de vereniging geen bemoeienis van enige betekenis heeft met de diensten van de prostituees, onbegrijpelijk is. In dit verband is het van belang om -gelet op het Van der Steen-arrest van het HvJ- vast te stellen of de prostituees hun diensten verrichten in hun hoedanigheid van werknemer. Dat volgens het hof niet is gebleken dat de prostituees in dienstbetrekking werken, is zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Hierbij verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in de zaak met nummer 13/03636 waarin voor de Wet financiering sociale verzekeringen de mogelijkheid is opengelaten dat in casu sprake is van een civielrechtelijke dienstbetrekking. De Hoge Raad verwijst de zaak ter verdere behandeling met inachtneming van dit arrest naar Hof Amsterdam.

Voor meer informatie over de vraag wanneer sprake is van btw-ondernemerschap zie 1.1.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op