9 juli 2014Kamervragen over verregaande aanpassing sportbesluit btw

Kamerlid Van Veen (VVD) heeft de minister van VWS en de staatssecretaris van Financiën vragen gesteld over de voorgenomen verregaande aanpassing van het sportbesluit (bedoeld wordt: het beleid inzake het 6%-tarief voor gelegenheid geven tot sportbeoefening). 

Ten eerste is de vraag voorgelegd of het klopt dat de staatssecretaris van Financiën jegens partijen in de sport heeft aangegeven dat hij het sportbesluit verregaand wil aanpassen, en zo ja, wat de financiële gevolgen hiervan zijn voor de niet-commerciële sportbeoefening. Volgens de Vereniging Sport en Gemeenten betekent een dergelijk besluit alleen al voor de G32 een negatief effect van € 200 miljoen op jaarbasis. De vraag aan de minister en de staatssecretaris is wat volgens hen de totale kosten zijn voor de niet-commerciële sportbeoefening.

Vervolgens vraagt Van Veen of het klopt dat het Bridgport and West Dorset Club-arrest de aanleiding is voor de beleidsaanpassing, en zo ja, of de staatssecretaris van Financiën zijn interpretatie wil toelichten en wil aangeven of er andere interpretaties denkbaar zijn. De minister en de staatssecretaris wordt voorts gevraagd of zij weten dat het aanpasen van het sportbesluit voor onrust zorgt bij gemeenten zoals Amersfoort, omdat deze aanpassing kan leiden tot uitstel dan wel afstel van geplande investeringen in de sportinfrastructuur, en zo ja, wat zij hiervan vinden.

Van Veen wenst graag te vernemen hoe de afstemming tussen de minister van VWS en de staatssecretaris van Financiën heeft plaatsgevonden en of beiden onafhankelijk tot dezelfde conclusie kwamen. Aan de minister en de staatssecretaris wordt ook gevraagd wat de negatieve gevolgen van deze voorgenomen beleidsaanpassing zijn en hoe eventuele negatieve gevolgen worden gecompenseerd. Ten slotte wenst Van Veen te vernemen wanneer er duidelijkheid wordt verschaft aan gemeenten en beheersstichtingen, zodat exploitatieconsequenties helder zijn en investeringen in sportinfrastructuur kunnen worden hervat.

Voor het Bridgport and West Dorset Club-arrest van het HvJ zie ons nieuwsbericht. De Kamervragen moeten nog beantwoord worden. Niettemin lijkt het erop dat de staatssecretaris van Financiën voornemens is om de btw-vrijstelling voor sportorganisaties te verruimen, hetgeen ten koste zal gaan van het ruime 6%-tarief voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening. Het nadeel van een btw-vrijstelling voor sportbeoefening is dat de btw op de kosten voor de sportbeoefening niet aftrekbaar is, terwijl bij toepassing van het verlaagde btw-tarief slechts 6% btw verschuldigd ter zake van de ontvangen vergoedingen en de (veelal 21%) btw op de investeringen volledig aftrekbaar is.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op