25 november 2015Juridische en financiële analyse verruiming btw-vrijstelling sport

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft de verruiming van de btw-vrijstelling voor sportorganisaties onlangs juridisch en financieel geanalyseerd, na zijn eerdere conclusie dat verruiming van de vrijstelling onvermijdelijk is.

Uit de jurisprudentie van het HvJ EU volgt dat de btw-vrijstelling voor sport niet beperkt kan worden tot het gelegenheid geven tot sportbeoefening aan de leden. Ook voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening aan niet-leden geldt de btw-vrijstelling. De EU-lidstaten mogen de btw-vrijstelling voor sport wel beperken tot niet-commerciële instellingen, hetgeen Nederland ook heeft gedaan. De jurisprudentie van het HvJ EU betekent dat de Nederlandse btw-vrijstelling voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening door een sportvereniging aan de leden verruimd moet worden. Een dergelijke verruiming betekent dat veel niet-commerciële instellingen die nu het 6%-tarief toepassen (met recht op aftrek van de investerings-btw) onder de btw-vrijstelling (zonder recht op aftrek van de investerings-btw) zullen vallen. 

In de eerste helft van 2015 heeft staatssecretaris Wiebes een analyse uitgevoerd waarbij gekeken is naar de financiële gevolgen van een verruiming van de btw-vrijstelling voor sport. Naar aanleiding daarvan heeft hij in een brief aan de Tweede Kamer d.d. 17 juni 2015 aangegeven dat hij meent dat de verruiming van de btw-vrijstelling voor sportbeoefening op korte termijn onvermijdelijk is. Tweede Kamerlid Bruins Slot (CDA) heeft de staatssecretaris gevraagd om een financiële en juridische analyse achter zijn brief. Wiebes heeft deze analyse recent uitgebracht.  

In zijn juridische analyse gaat Wiebes in op de achtergrond van de Europese en Nederlandse btw-vrijstelling voor sport. De staatssecretaris concludeert dat de wettelijke mogelijkheden om de toepassing van de sportvrijstelling uit te sluiten geen soelaas bieden om de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties in de belaste sfeer te houden.

Verruiming van de sportvrijstelling zal voor financiële nadelen zorgen, aldus de staatssecretaris. Momenteel is de teruggaaf van btw voor gemeenten en sportstichtingen in het algemeen hoger dan de voldoening van btw bij terbeschikkingstelling van de accommodatie, aangezien over inkopen en investeringen (zoals nieuwbouw of renovatie van de accommodatie) vaak 21% btw verschuldigd is en de accommodatie tegen het 6%-tarief ter beschikking wordt gesteld. Deze teruggaafpositie verdwijnt bij de verruiming van de vrijstelling, doordat het aftrekrecht komt te vervallen. De aanpassing zorgt voor een jaarlijkse opbrengst van € 210 miljoen, zo heeft het CBS beraamd. De eerste jaren na de verruiming zal de budgettaire opbrengst door toepassing van de Wiebes merkt in zijn analyse nogmaals op dat hij op korte termijn geen mogelijkheden ziet om binnen de huidige kaders de budgettaire gevolgen van deze maatregel in te passen. De staatssecretaris acht verruiming van de vrijstelling op termijn onvermijdelijk.

Zie