19 maart 2018Intrekking btw-nummer wegens niet (tijdig) indienen btw-aangiften kan leiden tot weigering btw-aftrek

Het HvJ heeft geoordeeld dat de Roemeense regeling die bepaalt dat btw-aftrek geweigerd kan worden in gevallen waarin belastingplichtigen zijn formele verplichtingen niet nakomen of frauduleus hebben gehandeld om over het aftrekrecht te beschikken niet in strijd is met het EU-recht.

Feiten

Dobre, een Romeense ondernemer, heeft van 13 juli 2011 t/m 31 juli 2012 een btw-nummer in Roemenië. Omdat hij geen btw-aangiften voor het vierde kwartaal van 2011 en het eerste kwartaal van 2012 heeft ingediend, heeft de Roemeense fiscus met ingang van 1 augustus 2012 het btw-nummer ingetrokken. Op basis van de Roemeense wetgeving mag de fiscus namelijk btw-nummers intrekken wanneer belastingplichtigen in een kalenderhalfjaar geen enkele btw-aangifte heeft ingediend. Vanaf het moment dat het btw-nummer is ingetrokken, is Dobre facturen inclusief btw blijven uitreiken, zonder deze btw aan te geven. Op 30 januari 2014 heeft Dobre de btw-aangiften over het vierde kwartaal van 2011 en het eerste en tweede kwartaal van 2012 ingediend. Tijdens een belastingcontrole heeft de fiscus een belastingaanslag opgelegd waarbij Dobre verplicht was tot betaling van 183.301 RON (ongeveer 39.982 EUR). Dit was het bedrag van de btw die hij heeft geïnd in het tijdvak waarin zijn btw-nummer was ingetrokken. Dobre heeft verzocht om btw-aftrek van 123.266 RON (ongeveer 26.887 EUR) die hij in het tijdvak waarin zijn btw-nummer was ingetrokken, had betaald voor de goederen en diensten waarvan hij gebruik had gemaakt in het kader van het verrichten van zijn activiteiten.

Procedure

De fiscus weigert de btw-aftrek. Het bezwaar tegen de belastingaanslag wordt ook verworpen. In beroep krijgt Dobre wederom geen gelijk. De hoogste rechter twijfelt of de Roemeense regeling in overeenstemming is met het fundamentele beginsel van het recht op aftrek en stelt prejudiciële vragen aan het HvJ.

HvJ

Het btw-aftrekrecht van belastingplichtigen vormt een basisbeginsel van het Unierecht die in beginsel niet kan worden beperkt. Het is vaste rechtspraak dat btw-aftrek moet worden toegestaan als aan de materiële voorwaarden wordt voldaan, ook al voldoet de belastingplichtige niet aan bepaalde formele vereisten. Het HvJ heeft in een eerdere casus geoordeeld dat de weigering van btw-aftrek als bestraffing van het niet nakomen van de verplichtingen betreffende het voeren van de boekhouding en het indienen van de aangiften niet proportioneel is. Het gaat namelijk verder dan noodzakelijk is om het doel te bereiken en bovendien kunnen lidstaten voor dergelijke niet-nakomingen een geldboete of geldelijke sanctie op te leggen. De aftrekweigering kan echter wel gerechtvaardigd zijn wanneer de niet-naleving van formele vereisten het leveren van het zekere bewijs dat de materiële voorwaarden zijn vervuld, heeft verhinderd. Daarnaast kan de btw-aftrek ook geweigerd worden wanneer op basis van objectieve gegevens vaststaat dat sprake is van fraude of misbruik. Het HvJ oordeelt dat het uitblijven van btw-aangiften – die anders de toepassing van de btw en de controle mogelijk zou maken – kan worden beschouwd als fraude. Het unierecht staat daarom niet in de weg aan de Roemeense regeling op grond waarvan de btw-aftrek geweigerd wordt indien de fiscus door het niet (tijdig) indienen van btw-aangiften niet heeft kunnen beschikken over de gegevens die nodig zijn om vast te stellen dat voldaan is aan de materiële voorwaarden van het recht op btw-aftrek ofwel Dobre heeft frauduleus gehandeld om over het aftrekrecht te kunnen beschikken, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan.

In deze zaak staat de weigering van het recht op btw-aftrek centraal. Het doel van de aftrekregeling is om de ondernemer geheel te ontlasten van de in het kader van al zijn economische activiteiten verschuldigde of betaalde btw. Dit aftrekrecht kan worden geweigerd wanneer sprake is van (betrokkenheid bij) btw-fraude. In het Astone-arrest heeft het HvJ namelijk geoordeeld dat het eenvoudigste geval van btw-fraude kan worden aangetoond als de belastingplichtige bewust nalaat zijn formele btw-verplichtingen na te komen om aan de btw-betaling te ontsnappen. Het is aan de verwijzende rechter om vast te stellen of hiervan sprake is. Zo ja, dan betekent dit dat Dobre de verschuldigde btw moet betalen en geen recht heeft op btw-aftrek. Hoewel het weigeren van de btw-aftrek wegens btw-fraude volgens het HvJ geen straf is, zal Dobre dit vermoedelijk anders zien. Voor zover ons bekend wordt in Nederland tot op heden in dergelijke gevallen wel rekening gehouden met de btw-aftrek en wordt de fraudeur bestraft door het opleggen van een boete of strafrechtelijke vervolging. Het is de vraag of de Belastingdienst in de jurisprudentie van het HvJ aanleiding ziet om strenger te worden. Wij zijn daar geen voorstander van. Naar onze mening is de btw geen geschikt instrument om btw-fraude te ‘bestraffen’. Indien btw verschuldigd is dan is het in strijd met de grondgedachte van de btw om de btw-aftrek te weigeren. Indien btw-ondernemers een loopje nemen met hun btw-verplichtingen dan zou dit naar onze mening niet anders moeten zijn. Het HvJ ziet dat echter anders.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op