22 april 2014Intrekken BUA-bezwaren tegen btw-correctie privégebruik auto door personeel?

Op grond van het BUA gold tot 1 juli 2011 een aftrekuitsluiting voor het geven van gelegenheid tot privévervoer aan het personeel, zoals het privégebruik van de auto door het personeel. Deze aftrekuitsluiting diende plaats te vinden in het tijdvak waarin de btw op de betreffende autokosten in rekening werd gebracht. Hierop bestond slechts een uitzondering indien in dat tijdvak (nog) niet duidelijk was dat het drempelbedrag van € 227 per personeelslid per jaar zou worden overschreden. De staatssecretaris keurde echter goed dat de werkgever de btw op de autokosten voor het personeel gedurende het jaar volledig in aftrek bracht, mits aan het eind van het jaar een correctie voor het privégebruik toepast werd van 12% x de bijtelling in de inkomsten/loonbelasting (hierna: IB/LB-bijtelling).  
Ter zake van de BUA-correctie voor het privégebruik van de auto door het personeel is door een groot aantal gemachtigden bezwaar aangetekend, omdat gemeend werd dat deze in strijd was met het unierecht. Aanvankelijk was het met name de vraag of een aftrekuitsluiting op grond van het unierecht gebaseerd moet zijn op de aard van het goed of de dienst of dat deze ook gebaseerd mag zijn op grond van het doel van het goed of de dienst (lees: privégebruik personeel). Later kwam ook de vraag aan bod of de goedgekeurde forfaitaire correctie van 12% x IB/LB-bijtelling in strijd was met het (nationale) gelijkheidsbeginsel, aangezien hierdoor onderscheid gemaakt werd naar gelang de CO2-uitstoot van de auto in plaats van de mate van het privégebruik (lees: een lagere dan wel geen btw-correctie voor het privégebruik bij auto’s met minder/geen CO2-uitstoot). Vanwege de mogelijkheid dat de btw-correctie voor het privégebruik van de auto geen stand zou houden heeft de wetgever per 1 juli 2011 de aftrekcorrectie voor het privégebruik van de auto door het personeel geschrapt en geldt sinds die datum een heffing over het privégebruik van de auto door het personeel (en overigens ook voor het privégebruik van de auto door de ondernemer).      

Het HvJ heeft in de gevoegde zaken ‘X Holding en Oracle Nederland BV’ geoordeeld dat de btw-correctie voor het geven van gelegenheid tot privévervoer aan het personeel, zoals het privégebruik van de auto, op grond van het BUA niet in strijd is met het unierecht. Volgens het HvJ bevat deze aftrekuitsluiting een voldoende nauwkeurige aanduiding van de aard of het doel van de goederen of diensten waarop zij betrekking hebben. De Hoge Raad heeft dit oordeel van het HvJ overgenomen. Daarnaast heeft de Hoge Raad beslist dat het onderscheid naar gelang CO2-uitstoot weliswaar in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, maar geoordeeld dat dit niet met zich brengt dat hierdoor een lagere btw-correctie (12% x 14% x cataloguswaarde in plaats van 12% x 25% x cataloguswaarde) voor het privégebruik van de auto door het personeel verschuldigd is. Naar aanleiding van deze arresten van de Hoge Raad heeft de Belastingdienst verzocht om intrekking van de BUA-bezwaren over de ‘oude’ jaren (lees: periode tot 1 juli 2011) die (met name) betrekking hebben op het privégebruik van de auto door het personeel. Indien de (gemachtigde van de) werkgever de BUA-bezwaren niet wenst in te trekken dan dient hij dit nader te motiveren.

In dit kader rijst de vraag: wat moet de (gemachtigde van de) werkgever doen? Naar onze mening is het nader motiveren van de BUA-bezwaren tegen de btw-correctie voor het privégebruik van het personeel zinvol indien de (gemachtigde van de) werkgever inzichtelijk heeft wat de btw op de autokosten voor het personeel is geweest die de auto’s privé gebruikt hebben en een correctie van 27% van de btw op deze kosten lager is dan de forfaitaire correctie van 12% x IB/LB-bijtelling. De staatssecretaris heeft namelijk goedgekeurd dat in de periode van 1 januari 2008 tot 1 juli 2011 volstaan kan worden met een correctie van 27% van de btw op de autokosten voor het privégebruik van de auto door het personeel. En voor de periode tot 2008 geldt zelfs een 26%-correctie, mits sprake is van ambulant personeel (lees: personeel zonder woon-werkverkeer). Omdat bij toepassing van de ‘26/27%-correctie’ in het jaar van ingebruikneming en de daaropvolgende vier jaren jaarlijks 1/5 van de aanschafprijs opgeteld moet worden, leert de praktijk dat de 26/27%-correctie met name interessant is voor personenauto’s met een hoge CO2-uitstoot waarvan de ‘vijfjaarstermijn’ reeds verstreken is. Het is dus als (gemachtigde van de) werkgever van belang om na te rekenen of een beroep op de 26/27%-correctie voor u(w cliënt) zinvol is, en zo ja, om het bezwaar nader te motiveren door een beroep te doen op deze 26/27%-correctie. Hebt u hierbij hulp nodig? Onze btw-specialisten helpen u graag!
? Neem contact met ons op via 088 – 298 98 98 of info@btwplaza.nl 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op