28 december 2012Integratieheffing telt ook bij afzien mee in pro rata ROC

Voor bijzondere scholen geldt de goedkeuring dat zij bij de ingebruikneming van een schoolgebouw voor wettelijk geregeld onderwijs mogen afzien van de wettelijk verschuldigde integratieheffing. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de school de btw op de bouwkosten niet in aftrek brengt.

In een zaak voor Rechtbank Arnhem was de vraag aan de orde of de omzet van de wettelijk verschuldigde, maar niet voldane integratieheffing voor een ROC meetelt in het pro rata. In deze zaak ging het om een ROC dat in 2008 een nieuw schoolgebouw in gebruik neemt. Dit schoolgebouw wordt gebruikt voor wettelijk geregeld beroepsonderwijs en volwassenenonderwijs verzorgt waarover het ROC geen btw verschuldigd is. Daarnaast verhuurt het ROC ruimten in het nieuwe schoolgebouw met en zonder btw aan derden en verricht zij in het schoolgebouw btw-belaste verkopen. Het ROC heeft -conform de goedkeuring- de btw op de bouwkosten niet in aftrek gebracht en afgezien van een integratieheffing. Het ROC verzoekt om een teruggaaf van 39% van de btw op de algemene kosten (€ 1.009.535) over het gehele jaar 2008. Deze teruggaaf is gebaseerd op het pro rata waarin de integratieheffing in de teller is meegenomen als belaste omzet. De inspecteur meent dat de integratieheffing niet meetelt als belaste omzet en heeft de aftrek van de btw op de algemene kosten vastgesteld op (afgerond) 2% (€ 5.396).

Rechtbank Arnhem heeft in deze zaak geoordeeld dat het voor de toepassing van de integratieheffing niet uitmaakt of het ROC voor het door de rijksoverheid bekostigde onderwijs wel of geen ondernemer is. In beide gevallen is het ROC volgens de wet een integratieheffing verschuldigd over de voortbrengingskosten van het gehele pand. Omdat in een beleidsbesluit uit 1999 -anders dan in het huidige aftrekbeleid- niet als voorwaarde werd gesteld dat bij afzien van de integratieheffing deze omzet niet als belaste omzet meetelt in het pro rata, is de rechtbank van oordeel dat 39% van de btw op de algemene kosten voor aftrek in aanmerking komt. De rechtbank acht het hierbij van belang dat de kennisgroep van de Belastingdienst bij het afzien van de integratieheffing door woningcorporaties, ziekenhuizen, bejaardenhuizen etc. (Mededeling 26) had vastgesteld dat de integratieheffing bij afzien wel in de teller en noemer van het pro rata mag worden opgenomen. De rechtbank oordeelt dat niet valt in te zien waarom de uitleg van het besluit uit 1999 anders zou moeten zijn dan de uitleg van Mededeling 26.

Voor meer informatie over de integratieheffing en het afzien daarvan zie 2.2 van het btw-handboek.    

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op