25 april 2019Inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat handelaar in mobiele telefoons en tablets wist of had moeten weten van btw-fraude afnemer

Feiten

Een BV houdt zich bezig met de handel in mobiele telefoons en tablets. In het kader van de levering van de telefoons door de BV aan haar afnemer in het Verenigd Koninkrijk, heeft de BV de telefoons vervoerd naar logistieke centra, gevestigd in Polen en in Duitsland. Na betaling door de afnemer worden de goederen vrijgegeven. De BV past ter zake van de leveringen aan de afnemer het nultarief toe en geeft ze als ICL’s aan. De afnemer geeft ter zake van deze transacties geen ICV aan. De afnemer factureert en levert de goederen door aan een derde partij. Ook hier wordt geen btw aangegeven of voldaan door de afnemer. Later komt ook naar voren dat de derde partij een ploffer is. De Belastingdienst is van mening dat de BV ten onrechte het nultarief heeft toegepast op de leveringen aan de afnemer, aangezien de BV niet beschikt over de btw-identificatienummers van de afnemer in Duitsland en Polen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het hier mee eens. De BV is vervolgens in hoger beroep gegaan.

Hof

Hof ’s-Hertogenbosch is het niet eens met de rechtbank dat de BV moet beschikken over het Poolse en Duitse btw-identificatienummer van haar afnemer. Het hof oordeelt dat de BV voor wat betreft deze intracommunautaire leveringen heeft voldaan aan zowel de materiële als de formele voorwaarden voor het nultarief. De inspecteur heeft volgens het hof niet de gegevens verstrekt op basis waarvan rechtens zou moeten worden geoordeeld dat de BV wist of had moeten weten dat de levering van de telefoons aan de Britse afnemer deel uitmaakte van fraude door deze afnemer en evenmin van fraude in andere schakels van de handelsketen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op