17 december 2015Homeopathie door verpleegkundige btw-vrijgesteld

De diensten van een verpleegkundige die een opleiding tot homeopaat heeft genoten en zelfstandig een praktijk uitoefent als klassiek homeopaat kunnen delen in de medische vrijstelling, aangezien de homeopaat een gelijkwaardig kwaliteitsniveau heeft als een arts, zo heeft Hof Amsterdam recent geoordeeld.

A oefent zelfstandig een praktijk uit als klassiek (kinetisch) homeopaat. Hij heeft een opleiding tot verpleegkundige en een opleiding aan de School voor Homeopathie gevolgd, staat sinds 2000 als verpleegkundige ingeschreven in het BIG-register en is lid van de Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten (NVKH). De behandelingen van A zijn curatief, palliatief of preventief van aard. De inspecteur van de Belastingdienst is van mening dat de diensten van A belast zijn met btw en heeft in 2012 een naheffingsaanslag opgelegd over het derde kwartaal van 2012. A heeft hiertegen bezwaar en beroep aangetekend, omdat hij meent dat zijn diensten kwalificeren als btw-vrijgestelde gezondheidskunde verzorging van de mens.

In eerste aanleg heeft Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat de diensten van A niet zijn vrijgesteld, omdat zij – mede op grond van het arrest Solleveld – van oordeel is dat het kwaliteitsniveau van de klassiek homeopaat in dit kader moet worden getoetst aan dat van een arts en dat A, omdat hij geen arts is, deze toets niet doorstaat. De naheffing van btw leidt daarom niet tot schending van het beginsel van fiscale neutraliteit, aldus de rechtbank. A heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Naar zijn mening heeft de rechtbank een onjuist toetsingskader gehanteerd door te eisen dat het kwaliteitsniveau van de klassiek homeopaat voor dit doel moet worden getoetst aan dat van een arts. Ter terechtzitting is door een voormalig bestuurslid van de NVKH verklaard dat alle leden een zorgopleiding hebben gevolgd en ingeschreven zijn in het BIG-register en dat leden/artsen die dezelfde opleiding tot homeopaat hebben gevolgd als A, wel voor hun homeopathische diensten kunnen delen in de vrijstelling.

Hof Amsterdam heeft het hoger beroep van A recent gegrond verklaard. Naar het oordeel van het hof kan A een beroep doen op het destijds geldende beleidsbesluit, dat is uitgevaardigd naar aanleiding van het Solleveld-arrest. Op grond van dit besluit kwalificeerden de homeopathische diensten door A als vrijgestelde diensten als de aanvullende opleiding ten minste enige relatie heeft met de gevolgde BIG-opleiding, de diensten (zouden) zijn vrijgesteld als die diensten door een beroepsbeoefenaar met een andere BIG-opleiding (zouden) worden verricht en de diensten aan te merken zijn als de gezondheidskundige verzorging van de mens. Aan deze voorwaarden wordt voldaan, aldus het hof, die niet vermag in te zien waarom een homeopathische behandeling niet eveneens tot het deskundigengebied van de verpleegkundige zou kunnen worden gerekend, althans daar niet enig verband mee zou houden bezien vanuit het perspectief van de zorgontvanger, zoals de inspecteur stelt. Naar het oordeel van het hof zal de zorgontvanger de homeopathische behandeling beschouwen als een alternatief (in plaats van of naast) de reguliere verplegingszorg. Vanuit die optiek kan niet gesteld worden dat geen sprake is van ‘enige relatie’ tussen de homeopathische handelingen en de BIG-opleiding van A tot verpleegkundige.

Nu A geloofwaardig en onweersproken heeft gesteld dat artsen die dezelfde opleiding tot homeopaat hebben gevolgd als A wel delen in de vrijstelling, leiden zowel het Solleveld-arrest als het destijds geldende beleidsbesluit tot het oordeel dat de diensten van A kunnen delen in de vrijstelling. Het hof merkt in dit verband op dat voor de toepassing van de vrijstelling niet vereist is dat A beroepskwalificaties heeft die gelijk zijn aan die van een arts, maar dat hij met betrekking tot het verrichten van de homeopathische zorg een gelijkwaardig kwaliteitsniveau heeft als een arts.

Deze uitspraak ziet op de btw-wetgeving vóór 1 januari 2013. In de afgelopen periode zijn meerdere nieuwsberichten verschenen over de vrijstelling van alternatieve geneeskunde, zowel vóór als na 1 januari 2013. Zo berichtten wij in september dat de Belastingdienst het standpunt heeft ingenomen dat chiropractoren gebruik kunnen maken van de btw-vrijstelling voor de gezondheidskundige verzorging van de mens. en in november dat er een motie is ingediend waarin de regering wordt verzocht om zo spoedig mogelijk reparatiewetgeving op te stellen, zodat ook alternatieve geneeskunde kan delen in de btw-vrijstelling voor extramurale zorg. De staatssecretaris heeft  aangekondigd dat de btw-vrijstelling voor extramurale zorg aangepast zal worden, maar dat hij zich moet bezinnen op de vormgeving hiervan. Zie