2 juni 2015Holding verlegde btw verschuldigd over adviesdiensten door ondernemers buiten EU

De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat een holding btw verschuldigd is over adviesdiensten  van niet binnen de EU gevestigde adviseurster zake van de aakoop van aandelen.

De in Nederland gevestigde tussenhoudstermaatschappij X B.V., die geen economische prestaties verricht, verwerft in 2006 een aandelenbelang in een onderneming buiten de EU. Ter zake van de aankoop van deze aandelen heeft X B.V. diensten van diverse in het binnen- en buitenland gevestigde adviseurs afgenomen. Niet binnen de EU gevestigde adviseurs hebben aan X B.V. ruim 1 miljoen euro in rekening gebracht. In geschil is of deze diensten belast zijn met Nederlandse btw. 

In art. 9, lid 3, sub b van de Zesde Richtlijn stond dat lidstaten de plaats van dienst ter voorkoming van niet-heffing kunnen aanmerken als binnen de EU gelegen, indien het gebruik en de exploitatie in het binnenland geschiedt (een zogeheten ‘kan-bepaling’). Op grond van het in 2006 geldende art. 6, lid 2, onderdeel e, ten eerste van de Wet OB was deze bepaling overgenomen voor onder andere adviesdiensten die zijn verricht aan Awr-lichamen (zoals B.V.’s) in Nederland die geen btw-ondernemer zijn. Volgens X B.V. ziet de richtlijnbepaling waarop art. 6, lid 2, onderdeel e, ten eerste Wet OB was gebaseerd slechts op diensten aan (binnen de EU gevestigde) btw-ondernemers. De inspecteur van de Belastingdienst is een tegengestelde mening toegedaan. 

Rechtbank Noord-Holland heeft in deze zaak geoordeeld dat de (oude) nationale wet op dit punt in strijd is met de Zesde Richtlijn en X B.V. in het gelijk gesteld. In hoger beroep heeft Hof Amsterdam in tegengestelde zin geoordeeld. Naar zijn oordeel verwijst de term ‘dit artikel’ in art. 9, lid 3, sub b Zesde Richtlijn niet slechts naar art. 9, lid 2, sub e Zesde Richtlijn (bepaalde diensten aan binnen de EU gevestigde btw-ondernemers), maar naar het gehele art. 9 van de Zesde Richtlijn. X B.V. heeft cassatieberoep aangetekend tegen deze uitspraak. 

In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat diensten op het gebied van de reclame en adviesdiensten die worden verricht door een buiten de EU wonende of gevestigde ondernemer aan een niet-ondernemer die binnen de EU woont of is gevestigd, buiten redelijke twijfel worden bedoeld in art. 9, lid 2, sub e Zesde Richtlijn en art. 56, lid 1, sub c van de btw-richtlijn.  Dit heeft tot gevolg dat de aan X B.V. verrichte adviesdiensten door buiten de EU gevestigde ondernemers ook op grond van art. 9, lid 3, sub b Zesde Richtlijn belast zijn in Nederland, hetgeen betekent dat de inspecteur terecht € 203.785 (verlegde) btw heeft nageheven van X B.V.

Deze zaak heeft betrekking op de oude regels voor de plaats van dienst. Deze regels zijn met ingang van 1 januari 2010 gewijzigd. Zie 3.3 en 3.4 voor meer informatie over de plaats van diensten aan ondernemers en niet-ondernemers. Voor meer of specifieke informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Inge Verrips op het telefoonnummer 078 – 622 54 52 of het e-mailadres iverrips@vandrielfruijtier.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op