9 september 2014Holding geen btw-aftrek kosten faillissement en beslag concernvennootschappen

Een in 1994 opgerichte holding maakt deel uit van het D-concern en houdt middellijk of onmiddellijk 100% van de aandelen in zes (klein)dochtervennootschappen. In de jaren 2001 tot en met 2012 heeft de holding geen omzet aangegeven, maar wel in enkele jaren btw teruggevraagd en ook teruggekregen. Ook in de jaren 2013 en 2014 heeft de holding geen omzet gerealiseerd. De Belastingdienst heeft in 2012 faillissementsaanvragen ingediend voor zes vennootschappen die behoren tot het D-concern. Daarnaast heeft de Belastingdienst, in verband met belastingschulden, beslag gelegd op roerende zaken van vijf tot het D-concern behorende vennootschappen, waaronder de holding. Voor de werkzaamheden voor o.a. de faillissementsaanvragen en de beslagen zijn op 28 december 2012 twee facturen gestuurd aan de holding. In de factuurbedragen was een bedrag van € 33.894,98 aan btw begrepen. De holding heeft verzocht om teruggave van deze btw, maar de inspecteur heeft deze teruggaaf geweigerd. In bezwaar heeft hij deze beslissing gehandhaafd. De holding heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij Rechtbank Gelderland.

De rechtbank is van oordeel dat de holding geen btw-ondernemer is, omdat zij in de jaren 2005 tot en met 2014 geen activiteiten tegen vergoeding heeft verricht en ook niet aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat zij in 2012 het voornemen had om economische activiteiten te gaan verrichten. Om die reden kan in het midden blijven of de holding de afnemer is van de in 2012 verrichte prestaties. De rechtbank is tevens van oordeel dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet zijn geschonden. Dat de fiscus de holding heeft geregistreerd en gedurende meerdere jaren de btw-aangiften (met daarin de verzoeken om teruggaven) heeft gevolgd is geen weloverwogen standpunt waaraan het gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat de inspecteur in 2012 de btw-teruggaaf zou verlenen. Ook het beroep op de holdingresolutie faalt, omdat de holding niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van feitelijk en rechtens dezelfde gevallen, zodat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.

Voor meer informatie over het btw-ondernemerschap van holdings zie 1.6. Voor meer informatie over de holdingresolutie zie 1.10.?? 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op