27 februari 2018Hogere btw-aftrek voor onderwijsinstelling

De Hoge Raad oordeelt dat de onderwijsactiviteiten waarvoor de hogeschool de collegegelden ontvangt een economische activiteit is en dat de rijksbijdragen, die de belangrijkste inkomstenbron vormt voor de hogeschool, niet meetellen in de noemer van het pro rata. Niet is in geschil dat de rijksbijdragen niet de vergoeding vormen voor een prestatie.

Feiten

Een instelling voor hoger onderwijs (hierna: de hogeschool) geeft wettelijk geregeld onderwijs en contractonderwijs. Daarnaast verricht zij nog enkele activiteiten die samenhangen met het onderwijs, zoals het verrichten van onderzoek, de exploitatie van een kantine, het verzorgen van kopieerwerk en het verhuren van ruimten. De hogeschool financiert haar activiteiten vanuit diverse inkomstenbronnen, waaronder ruim € 14,3 miljoen aan rijksbijdragen en ruim € 4,7 miljoen aan collegegelden. De Inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de rijksbijdragen in aanmerking moeten worden genomen in de noemer van de breuk (‘pro rata’) die moet worden gehanteerd bij de bepaling van de mate van aftrek van de btw die in rekening is gebracht ter zake van goederen en diensten die worden gebruikt voor zowel handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat als voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat. Tussen partijen is niet in geschil dat de rijksbijdragen en overige subsidies die de instelling ontvangt niet zijn aan te merken als een ‘vergoeding’ in de zin van de btw, omdat van overheidszijde geen sprake is van verbruik.

Rechtbank

De rechtbank acht het standpunt, dat de rijksbijdragen die de instelling ontvangt niet zijn aan te merken als een ‘vergoeding’ in de zin van de btw, juist mede gezien het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2004, nr. 39/956. In eerste aanleg oordeelt Rechtbank Noord-Nederland dat het collegegeld de vergoeding is voor de onderwijsprestatie, zodat de onderwijsdiensten kwalificeren als economische activiteiten. Het standpunt van de inspecteur dat de btw-aftrek moet worden bepaald aan de hand van financieringsbronnen wordt door de rechtbank verworpen.

Hof

Ook is, net als in eerste aanleg, niet in geschil dat de rijksbijdragen niet zijn aan te merken als een ‘vergoeding’ in de zin van de btw. Het hof oordeelt dat de rechtbank – gelet op het Gemeente Borsele-arrest van het HvJ – een onjuiste toets heeft aangelegd. Uit dit arrest volgt immers dat de vaststelling dat een dienst tegen vergoeding wordt verricht onvoldoende is om de dienst als een economische activiteit aan te merken. Naar het oordeel van het hof biedt de hogeschool haar activiteiten aan op de algemene markt van onderwijs. In dit opzicht verschilt de situatie met het Gemeente Borsele-arrest waarin door de gemeente geen prestaties werden aangeboden op de algemene markt voor personenvervoer. Vaststaat dat de collegegelden niet kostendekkend zijn. Dit laat onverlet dat de hogeschool een markt betreedt. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat iedere student collegegeld moet betalen en dat de hoogte van de vergoeding niet symbolisch is (met de collegegelden wordt 22% van de kosten gedekt). Het hof oordeelt daarom dat de hogeschool met het onderwijs een economische activiteit verricht. Het hof oordeelt tevens dat art. 11 Uitv.Besch. OB niet voorziet in de door de inspecteur bepleite splitsing van de btw aan de hand van financieringsbronnen waardoor deze stelling geen grond vindt in de wettelijke bepalingen.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat het op de weg van de inspecteur ligt om het werkelijke gebruik, aan de hand van objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens, aan te tonen. Vervolgens stelt de Hoge Raad vast dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste opvatting. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de rijksbijdragen en/of de verhouding in financieringsbronnen niet zodanige objectieve en nauwkeurige gegevens vormen dat daarmee het werkelijk gebruik van goederen en diensten objectief en nauwkeurig kan worden vastgesteld. Derhalve is de HR het eens met de berekening van de instelling en moeten de rijksbijdragen buiten beschouwen worden gelaten.

De uitspraak van de Hoge Raad is ook van belang voor MBO- en HBO-instellingen en universiteiten die zowel wettelijk collegegeld als rijksbijdragen ontvangen. De Hoge Raad volgt het oordeel van het hof en stelt dat de onderwijsactiviteiten waarvoor de hogeschool de collegegelden ontvangt een economische activiteit is. Deze activiteit is btw-vrijgesteld. Tussen partijen is niet in geschil dat de rijksbijdragen die de instelling ontvangt niet zijn aan te merken als een ‘vergoeding’ in de zin van de btw. Dit betekent dat deze rijksbijdragen die de belangrijkste inkomstenbron vormt voor de hogeschool niet meetelt in de noemer van het pro rata. Hierdoor valt het pro rata voor de hogeschool een stuk gunstiger uit. De pogingen van de inspecteur om de btw-aftrek te bepalen aan de hand van financieringsbronnen stranden, aangezien hiervoor geen wettelijke basis bestaat. Toch kan op basis van deze uitspraak nog niet gezegd worden dat het pro rata van alle MBO-, HBO- en universiteiten die voor de onderwijsactiviteiten rijksbijdragen en collegegelden ontvangen een stuk hoger uitvalt. In deze zaak is door de inspecteur niet betwist dat de rijksbijdragen niet (een onderdeel van) de vergoeding vormen voor het wettelijk geregeld onderwijs. Het is niet uit te sluiten dat als de inspecteur dit wel had betwist dat het hof tot het oordeel was gekomen dat zowel de rijksbijdragen als het collegegeld de vergoeding vormen voor het btw-vrijgestelde onderwijs, hetgeen tot gevolg zou hebben dat de rijksbijdragen wel de pro rata-aftrek beïnvloeden. Het is daarom afwachten hoe de Belastingdienst met deze uitspraak zal omgaan. Wij adviseren onderwijsinstellingen in beeld te brengen of zij al gebruik maken van de mogelijkheden om de btw op gemengde kosten in aftrek te brengen en zo ja, op welke wijze. Uiteraard zijn de btw-specialisten van BTW-INSTITUUT u hierbij graag van dienst en ook bij het eventuele (noodzakelijke)afstemmingsverzoek met de Belastingdienst. Zie 10.4 voor meer informatie over de pro rata-aftrek.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op