29 maart 2012Hoge Raad rekt goedkeuring btw-belaste verhuur congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte op

De verhuur van (delen van) onroerend goed is in beginsel vrijgesteld van btw. Het nadeel van een btw-vrijgestelde verhuur van onroerend goed is dat de btw op de hieraan toerekenbare kosten in het geheel niet aftrekbaar (en dus kostprijsverhogend) is. Indien de huurder het gehuurde voor minimaal 90% (en in sommige gevallen 70%, zoals reisbureaus en makelaars) voor aftrekgerechtigde prestaties gebruikt kunnen verhuren en huurder kiezen voor btw-belaste verhuur. Deze keuze kan door een uitdrukkelijke vermelding in de huurovereenkomst of door middel van een gezamenlijk verzoek aan de inspecteur. Indien een verhuurder ruimte verhuurt aan steeds wisselende huurders is het praktisch ondoenlijk om per huurder na te gaan of voldaan wordt aan de voorwaarden voor btw-belaste verhuur. Om die reden heeft de staatssecretaris goedgekeurd dat de kortdurende verhuur van congres-, vergader- en tentoonstellingsruimte steeds belast wordt met btw, mits de verhuurder expliciet aan de huurder kenbaar maakt dat de verhuur van de ruimte belast is met btw (door duidelijke vermelding in prijslijst of duidelijke bepaling in huurovereenkomst). De goedkeuring geldt niet alleen voor congres- vergader- en tentoonstellingsgebouwen, maar ook voor gebouwen die naast congres- vergader en tentoonstellingsdoeleinden voor andere doeleinden worden gebruikt. Hierbij kan gedacht worden aan een hotel of restaurant die vergaderruimte verhuren. Dat de verhuur van congres- vergader en tentoonstellingsruimte niet de hoofdactiviteit van de exploitant staat de toepassing van de goedkeuring niet in de weg, mits de hoofdactiviteit(en) van de exploitant belast zijn met btw (zie voor het beleidsbesluit 7.9).

Wat de Hoge Raad zegt
Die laatste ‘mits’, de hoofdactiviteit(en) zijn belast met btw, is volgens de Hoge Raad in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Naar het oordeel van de Hoge Raad is iedereen die voor korte duur congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte een gelijk geval. Dit betekent dat voor een ongelijke behandeling een rechtvaardiging moet zijn. De staatssecretaris vond dat niet zo mocht zijn dat door het toepassen van de goedkeuring opeens recht op btw-aftrek bestond voor de verhuur van de congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte. De Hoge Raad maakt korte metten met dit argument. Naar zijn oordeel is het logisch dat als er btw berekend wordt over de verhuur hiervoor recht op aftrek bestaat. Dit betekent dat het niet toepassen van de goedkeuring op instellingen wiens hoofdactiviteit niet belast is met btw in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Door dit arrest maakt de Hoge Raad duidelijk dat ook die instellingen de kortdurende verhuur van congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte mogen belasten met btw. Zie voor dit arrest 7.9.

Wat de Hoge Raad (nog) niet zegt
In het beleidsbesluit zijn ook kerkgebouwen, buurthuizen, dorpshuizen, theaters, schouwburgen, overheidsgebouwen en gebouwen die in gebruik zijn door ondernemers met niet meer dan 10% aftrekrecht van de goedkeuring uitgezonderd. De reden voor deze uitsluiting is dat deze gebouwen (door subsidies of subsidieachtige bijdragen) tegen een lagere prijs worden aangeboden. De praktijk leert dat de zaalverhuur door dergelijke instellingen (die zich in het huidige economische tij meer en meer zelf moeten bedruipen) vaak op commerciële wijze plaatsvindt. De Hoge Raad laat zich in dit arrest niet uit over de vraag of deze uitsluiting in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Niettemin bestaan er gegronde argumenten tegen de houdbaarheid van deze uitsluiting, te meer indien de exploitant aannemelijk kan maken dat zijn prijzen niet (aanzienlijk) verschillen met die van commerciële instellingen, zoals hotels, congrescentra etc. Van Driel Fruijtier btw-specialisten voert hierover een procedure die thans aanhangig is bij de Hoge Raad. De Hoge Raad zal hierover dus nog uitsluitsel moeten geven.

Praktisch belang
Wat is het praktisch belang van dit arrest? Het toepassen van de goedkeuring kan vanwege het btw-aftrekrecht voordelig(er) zijn indien de verhuurde ruimten gekocht of (ingrijpend) verbouwd worden. Ook kan alsnog btw teruggevraagd worden indien het verhuurde (deel van het) onroerend goed zich nog in de herzieningsperiode bevindt. (De btw-aftrek van deze goederen moet gedurende deze negen jaren na het jaar van ingebruikneming jaarlijks voor 1/10 opnieuw worden bepaald; zie 10.5). Het verdient voor non-profitinstellingen die dergelijke ruimten verhuren, zoals scholen, buurtverenigingen e.d. daarom aanbeveling om na te gaan of zij door gebruik te maken van deze goedkeuring (veel) btw op de investeringen kunnen terugvragen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op