27 november 2012Hoge Raad legt begrip verhuur onroerend goed nader uit

De verhuur van onroerend goed is in beginsel vrijgesteld van btw-heffing. Hierop bestaan een aantal uitzonderingen, zoals de optie voor btw-belaste verhuur en de verhuur van hotel- en vakantieaccommodatie. Of er sprake is van verhuur van onroerend goed, wordt niet bepaald door het Burgerlijk Wetboek, maar door de btw-richtlijn en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJ EU). Volgens het HvJ EU bestaat de verhuur van onroerend goed in wezen daarin dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en tegen vergoeding het recht verleent een onroerend goed te gebruiken als ware hij eigenaar ervan en ieder ander van dat genot uit te sluiten. Daarbij neemt het HvJ EU als uitgangspunt dat de verhuur van onroerend goed een betrekkelijke passieve activiteit is, die slechts verband houdt met het tijdsverloop en geen toegevoegde waarde van betekenis oplevert. Verhuur van onroerend goed moet daarom worden onderscheiden van andere activiteiten met een zakelijk-industrieel en commercieel karakter, zoals het recht om een golfterrein te gebruiken, de verhuur van hotelaccommodatie, het recht om een tolburg te gebruiken tegen betaling van tolgeld etc. Indien de verhuurder niet alleen op passieve wijze onroerend goed ter beschikking stelt, maar ook andere prestaties verricht moet beoordeeld worden of sprake is van (in beginsel) vrijgestelde verhuur van onroerend goed of -kort gezegd- btw-belaste verhuur plus.

In een zaak over de terbeschikkingstelling van ruimten in panden aan prostituees heeft de Hoge Raad meer duidelijkheid verschaft over de scheidslijn tussen (in beginsel vrijgestelde) verhuur van onroerend goed en btw-belaste verhuur plus. Naar het oordeel van de Hoge Raad moet een onderscheid gemaakt worden tussen zaakgerelateerde handelingen die een verhuurder normaal gesproken verricht, zoals onderhoud van het verhuurde, het onderhoud en de schoonmaak van centrale voorzieningen, aansluiting van elektriciteit, water en gas, en handelingen waarvan te onderkennen is dat zij worden verricht om een specifiek gebruik door de huurder te faciliteren. Deze laatste handelingen hebben, tenzij deze voor het doel van het gebruik door de huurder van ondergeschikt belang zijn, toegevoegde waarde van betekenis. Hierbij kan volgens de Hoge Raad gedacht worden aan het ter beschikking stellen van (een) bijzonder voor dat doel geschikte voorziening(en) in combinatie met aanvullend dienstbetoon, verricht door (personeel van) de verhuurder, voor, tijdens en/of na het gebruik van het onroerend goed. De terbeschikkingstelling van (werk)ruimte in combinatie met aanvullend dienstbetoon, zoals schoonmaak, de terbeschikkingstelling van handdoeken en linnengoed, het gebruik van de keuken, douche en wasservice aan een prostituee is naar het oordeel van de Hoge Raad daarom geen vrijgestelde verhuur van onroerend goed, maar een btw-belaste dienst die omschreven kan worden als het gelegenheid geven aan een prostituee om haar beroep uit te oefenen.

Commentaar
Of sprake is van (in beginsel vrijgestelde) verhuur van onroerend goed of btw-belaste verhuur plus is onder andere van belang voor de vraag of geopteerd kan worden voor btw-belaste verhuur, of bij ingebruikneming van een vervaardigd gebouw dat ter beschikking gesteld wordt aan derden een integratieheffing verschuldigd is, of de btw op de kosten die (deels) toerekenbaar zijn aan het ter beschikking gestelde onroerend goed aftrekbaar is etc. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de aan het onroerend goed gerelateerde handelingen die normaal zijn voor een verhuurder, zoals het onderhoud van het verhuurde, het onderhoud en de schoonmaak van de gemeenschappelijke ruimten etc, er niet aan in de weg staan dat er sprake is van verhuur van onroerend goed. Als de verhuurder echter handelingen verricht om een specifiek gebruik door de huurder te faciliteren (en die kennelijk niet normaal zijn voor een verhuurder) dan is geen sprake van verhuur van onroerend goed. Hierbij kan gedacht worden aan het gelegenheid geven tot sportbeoefening in een sportaccommodatie. Het is in dit verband vermeldenswaardig dat de terbeschikkingstelling van een theaterruimte incl. voorzieningen om het gebruik als theater te faciliteren (licht, geluid, kleedruimten etc.) door Hof Den Haag als verhuur van onroerend goed is bestempeld. Uit dit arrest van de Hoge Raad leiden wij af dat dit oordeel, waartegen beroep in cassatie is ingesteld, in cassatie geen stand zal houden.

Hebt u vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op! U kunt ons telefonisch bereiken op 088-2989898 en per e-mail via info@btwplaza.nl.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op