24 januari 2018Hof heeft weigering nultarief wegens btw-fraude onvoldoende gemotiveerd

De Hoge Raad heeft de zaak Turbu.com BV opnieuw verwezen naar een hof, omdat het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden inzake de weigering van het nultarief wegens deelname aan btw-carrouselfraude onvoldoende is gemotiveerd.

Feiten

Turbu.com BV (hierna: BV) handelt onder meer in mobiele telefoons. Volgens haar administratie heeft de BV in de maanden augustus tot en met december 2001 mobiele telefoons geleverd aan buitenlandse afnemers binnen de EU. In haar btw-aangiften past de BV op deze leveringen steeds het nultarief toe en ter zake van de voorbelasting verzoekt de BV om teruggaaf. Na een strafrechtelijke veroordeling van de directeur van de BV wegens – kort gezegd – btw-fraude, heeft de inspecteur btw nageheven, omdat de BV volgens hem ter zake van leveringen van mobiele telefoons ten onrechte het nultarief heeft toegepast. In geschil is of dit terecht is.

Procedure

Hof Den Bosch heeft de inspecteur in het gelijk gesteld. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 maart 2013 die uitspraak echter gecasseerd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof diende te onderzoeken of de BV bij het toepassing van het nultarief wist of had moeten weten dat zij deelnam aan btw-fraude in het kader van een keten van leveringen. Dit hof oordeelde dat sprake is van een op listige wijze opgezette btw-fraudecarrousel en dat de BV wist dat zij daaraan deelnam. Daarom heeft de BV geen recht op het nultarief, aldus het verwijzingshof. De BV heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet goed heeft gemotiveerd dat er in de carrousel ‘ploffers’ zaten. Op grond van de stukken van het geding is zonder nadere motivering niet duidelijk op welk onderdeel van het proces-verbaal van de FIOD-ECD het hof zijn oordeel heeft gebaseerd dat drie buitenlandse afnemer van de BV opzettelijk niet hebben voldaan aan hun verplichting om aangifte te doen van de intracommunautaire verwervingen c.q. dat deze afnemers de aldaar verschuldigde btw met opzet niet hebben voldaan. Bovendien kan aan het oordeel dat deze drie afnemers ‘ploffers’ waren niet het gevolg worden verbonden dat bij de andere buitenlandse afnemers sprake is geweest van btw-fraude, aangezien niet is vastgesteld dat ook deze afnemers ‘ploffers’ waren of dat de telefoons die aan deze afnemers zijn geleverd vervolgens zijn geleverd aan de drie eerder genoemde afnemers. Het beroep van de BV is in zoverre gegrond en de Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Den Haag.

 Voor de praktijk is van belang dat de inspecteur die meent dat sprake is van (betrokkenheid bij) btw-fraude nog steeds aan de hand van objectieve gegevens aannemelijk moet maken dat sprake is van btw-fraude in de handelsketen én dat de belastingplichtige wiens recht op btw-aftrek, btw-teruggaaf of nultarief hij betwist dit destijds wist of had moeten weten. Het enkele feit dat een belastingplichtige wist of had moeten weten dat een bepaalde leverancier of afnemer fraudeert betekent dus niet dat de inspecteur of een rechter ook voor andere inkopen van of verkopen aan andere belastingplichtigen mag aannemen dat sprake is van btw-fraude en dat de belastingplichtige hiervan wist of had moeten weten. De inspecteur dient zowel de btw-fraude door die leverancier of afnemer als het weten of hadden moeten weten hiervan te bewijzen. Dat is de boodschap van dit arrest. Voor btw-ondernemers (en hun adviseurs, accountants en boekhouders) is het niettemin zaak om alert te zijn op btw-fraudesignalen, omdat voorkomen beter is dan genezen. Voor meer informatie over de gevolgen van (betrokkenheid bij) btw-fraude en fraudesignalen zie 12.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op