9 juli 2019Het onmiddellijk gebruik voor belaste handelingen is niet van belang voor het ontstaan van het recht op aftrek

Feiten

Een man en zijn vrouw hebben een maatschap opgericht met als doel het tegen vergoeding, gedurende een periode van ten minste 5 jaar, ter beschikking stellen van één of meerdere (onzelfstandige) werkkamers van de nieuw te bouwen eigen woning, aan één of meerdere vennootschappen. De maatschap heeft op 29 juni 2015 een intentieovereenkomst gesloten met de BV van de man voor de verhuur van de zolderverdieping van de woning. De woning is op 18 maart 2016 opgeleverd. Op 15 juni 2016 hebben de maatschap en de BV van de man een huurovereenkomst gesloten en geopteerd voor belaste verhuur. Volgens de inspecteur is de woning in eerste instantie alleen gebruikt voor privédoeleinden zodat de in aftrek gebrachte btw terecht is nageheven. De maatschap is het hier niet mee eens.

Hof

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt op basis van de maatschapovereenkomst, de intentieovereenkomst, de huurovereenkomst en de aan de BV gerichte factuur voor het leggen van de vloerbedding op de zolderverdieping dat de maatschap van het begin af aan de intentie heeft gehad de zolderverdieping belast te gaan verhuren. De maatschap heeft feitelijk ook zo gehandeld. Er is geen sprake van een wijziging van gebruik of bestemming ten tijde van de oplevering van de woning. Volgens het hof is onmiddellijk gebruik voor belaste handelingen niet van belang voor het ontstaan van het aftrekrecht, maar uitsluitend voor de omvang van dit recht. De inspecteur heeft om die reden de in aftrek gebrachte btw daarmee ten onrechte nageheven.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op