23 april 2018Herziening btw-aftrek mogelijk indien geleverde grond ten onrechte als bouwterrein is aangemerkt

Het HvJ oordeelt dat herziening van ten onrechte toegepaste btw-aftrek ook geldt indien de oorspronkelijk toegepast aftrek niet wettig kon plaatsvinden.

Feiten

SEB bankas (hierna: SEB) heeft in maart 2007 van VKK 6 percelen grond gekocht. Partijen zijn er vanuit gegaan dat sprake is van de levering van een bouwterrein. Hierdoor is door VKK btw in rekening gebracht aan SEB. SEB heeft de btw in aftrek gebracht. Naar aanleiding van een boekenonderzoek, stelt de Litouwse Belastingdienst dat de levering van de percelen grond een vrijgestelde handeling betreft. De Belastingdienst vordert bij SEB afdracht van de ten onrechte afgetrokken btw, te vermeerderen met vertragingsrente. Daarnaastis aan SEB een fiscale geldboete opgelegd. De Litouwse rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld in deze zaak.

HvJ

Het HvJ heeft geoordeeld dat de verplichting tot herziening van ten onrechte toegepaste aftrek van btw van art. 184 btw-richtlijn ook geldt als de oorspronkelijk toegepaste aftrek niet wettig kon plaatsvinden, omdat de handeling die tot de aftrek heeft geleid, van btw was vrijgesteld.
De bijzondere herzieningsregeling voor investeringsgoederen art. 187 t/m 189 btw-richtlijn zijn daarentegen niet van toepassing wanneer de oorspronkelijk toegepaste btw-aftrek ongerechtvaardigd was, zoals bij een btw vrijgestelde levering van percelen grond.

Als de oorspronkelijk toegepaste btw-aftrek niet wettig kan plaatsvinden, moeten de lidstaten volgens het HvJ op grond van art. 186 Btw-richtlijn met eerbiediging van de beginselen van het Unierecht, in het bijzonder het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, bepalen op welke datum de verplichting tot herziening van de ten onrechte toegepaste btw-aftrek ontstaat en over welke periode deze herziening moet plaatsvinden. Het is volgens het HvJ aan de nationale rechter om na te gaan of deze beginselen worden geëerbiedigd.

Wij zijn het eens met het oordeel van het HvJ. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de in art. 184 en art. 185 btw-richtlijn vervatte herzieningsplicht en de werkingssfeer van de in de art. 187 t/m 189 btw-richtlijn beschreven herzieningsregeling voor investeringsgoederen. De bepalingen van art. 184 en 185 btw-richtlijn bevatten een verplichting tot herziening btw-aftrek, ook indien deze btw-aftrek niet wettig kon plaatsvinden (lees: ten onrechte btw in rekening is gebracht). Enkel met betrekking tot investeringsgoederen en dus in een specifiek geval bevatten de art. 187 t/m 189 btw-richtlijn enkele nadere regels betreffende de herziening van de btw-aftrek. Art. 187 t/m 189 btw-richtlijn zijn dus enkel van toepassing als het recht op aftrek juist is geclaimd en deze regels kunnen niet worden toegepast om een aftrek te herzien ingeval vanaf het begin geen recht op aftrek bestond. De regels van art. 187 t/m 189 btw-richtlijn zijn in Nederland omgezet in art. 13 en art. 13a Uitvoeringsbesch. OB. Zie 10.1 voor meer informatie over het recht op aftrek van voorbelasting.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op