14 mei 2014Herziening btw-aftrek door btw-vrijgestelde verhuur woon/werkpand

Een directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) en zijn echtgenote die gehuwd zijn onder huwelijkse voorwaarden hebben in 2005 een woon/werkpand laten bouwen. Met de B.V. van de dga is een huurovereenkomst gesloten voor de verhuur van de hal, het toilet, het kantoorgedeelte met afgescheiden post- en opslagruimte en een etageverdieping voor dossieropslag met ingang van 1 mei 2005. De huursom bedraagt € 1.500 excl. btw per maand. In de huurovereenkomst is geopteerd voor btw-belaste verhuur. Op 7 mei heeft de dga een formulier ‘Opgaaf Gegevens startende onderneming’ bij de Belastingdienst ingediend die door de dga is ondertekend met de aanduiding ‘eigenaar’.

Per brief van 10 mei 2005 heeft de toenmalige gemachtigde van de dga verzocht om teruggaaf van alle btw op de aanschafkosten van het pand. Subsidiair is verzocht om een teruggaaf voor het zakelijke gebruikte deel. In deze brief wordt aangegeven dat de dga het pand geheel tot zijn bedrijfsvermogen rekent en dat het pand wordt verhuurd aan de B.V. van de dga. Het pand is op 1 juli 2005 in gebruik genomen. Tot 1 juli 2005 huurde de B.V. van de dga elders kantoorruimte voor € 750 per maand. Aanvankelijk heeft de dga de btw gedeeltelijk teruggekregen, maar na het maken van bezwaar tegen de teruggaafbeschikking heeft de dga alsnog de volledige aanschaf-btw teurggekregen. In de jaren 2007 t/m 2011 heeft de dga jaarlijks € 18.000 plus btw in rekening gebracht en in 2012 € 6.000 plus btw. In 2011 heeft de inspecteur geconstateerd dat geen heffing over het privégebruik is aangegeven, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in naheffingsaanslagen over 2007, 2008 t/m 2011 en 2012. Hierbij is -omdat de dga geen informatie heeft verschaft- het privégebruik gesteld op 90% (2007-2011) respectievelijk 96,67% (2012). Na afwijzing van het bezwaar tegen deze naheffingsaanslagen is door de dga beroep ingesteld bij Rechtbank Gelderland.

De rechtbank is van oordeel dat de echtgenote van de dga niet beroepsgerechtigd is, omdat de naheffingsaanslagen uitsluitend zijn opgelegd aan de dga en de opgaaf startende ondernemers ook door de dga is ingediend. Tevens oordeelt de rechtbank dat van een te late bevestiging van de ontvangst van de bezwaarschriften en een schending van de hoorplicht geen sprake is. Omkering van de bewijslast, waarom de inspecteur verzoekt, is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde, omdat van het niet doen van de vereiste aangifte geen sprake is. De rechtbank acht aannemelijk dat het gehele pand is verhuurd aan de B.V. Omdat het pand ook wordt bewoond kan niet voldaan zijn aan het 90%-criterium waardoor de verhuur van het woon/werkpand btw-vrijgesteld is. Op grond van de huwelijkse voorwaarden is de dga voor 50% mede-eigenaarwaardoor de dga op grond van het HE-arrest maximaal recht had op 50% aftrek van de aanschaf-btw. Omdat de volledige btw-aftrek in 2005 niet is nageheven kan de inspecteur in de jaren 2007 t/m 2012 jaarlijks slechts 1/10 van 50% van de aanschaf-btw naheffen. De inspecteur heeft over 2007 een lagere naheffingsaanslag opgelegd waardoor die lagere naheffingsaanslag in stand blijft. De naheffingsaanslagen over 2008 t/m 2012 dienen te worden verminderd. De rechtbank oordeelt ten slotte dat geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel. De opgelegde boeten acht de rechtbank passend en geboden.??

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op