13 maart 2014Herziening btw-aftrek bij vooruitbetaling voor niet geleverde goederen

In de zaak Firin OOD (hierna: Firin) gaat het om de btw-aftrek ter zake van een vooruitbetaling voor goederen die (uiteindelijk) niet zijn geleverd. In 2010 heeft Firin een koopovereenkomst gesloten met Agra Plani EOOD (hierna: AP) betreffende 10.000 ton tarwe, hoewel AP naar Bulgaars recht niet gerechtigd was om in graan te handelen. AP diende de tarwe uiterlijk op 31 december 2012 te leveren en Firin diende de koopprijs van 3,6 miljoen BGN (circa 1,8 miljoen euro) reeds vooraf te betalen. Firin heeft op die grondslag de in rekening gebrachte btw in aftrek gebracht nadat zij AP 4,17 miljoen BGN had betaald. AP heeft dit bedrag onmiddellijk overgemaakt aan de vennootschap York Skay EOOD (hierna: YS), naar verluidt als lening, en laatstgenoemde heeft dezelfde dag nog naar Firin een bedrag terugvloeien van 3,6 miljoen euro (mogelijk is dit een verschrijving en had hier 3,6 miljoen BGN moeten staan), naar verluidt als kapitaalinbreng. De vennoten van Firin waren YS en een natuurlijk persoon die de enig aandeelhouder is van AP.

Toen AP geen btw over de koopsom had betaald en evenmin tarwe heeft geleverd, en bovendien in april 2011 ambtshalve was geschrapt als btw-ondernemer, heeft de Bulgaarse fiscus de door Firin in aftrek gebrachte btw ter zake van de vooruitbetaling nageheven. Naar de mening van de Bulgaarse fiscus vervalt het recht op btw-aftrek ter zake van een vooruitbetaling indien de afgesproken prestatie later niet wordt verricht. Bovendien was volgens de Bulgaarse fiscus sprake van een schijntransactie en een fictieve geldstroom, zodat Firin wist dat AP de verschuldigde btw niet zou betalen. De Bulgaarse rechter twijfelt of de btw-aftrek kan worden gecorrigeerd en heeft het HvJ verzocht om uitleg.

Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat herziening van de btw-aftrek, die op grond van een vooruitbetaling is genoten, is vereist indien – zoals in casu aan de orde is – de levering van de goederen uiteindelijk niet plaatsvindt, ook al zou de leverancier de btw nog steeds moeten betalen en de vooruitbetaling niet hebben terugbetaald. Het staat aan de verwijzende rechter om, overeenkomstig de nationale bewijsregels, aan de hand van de gegevens en feiten van de onderhavige zaak globaal te beoordelen of in de onderhavige zaak sprake is van fraude of misbruik.

 De vraag is of de Nederlandse fiscus op grond van de Nederlandse herzieningsregels de btw-aftrek ter zake van een vooruitbetaling bij een bonafide koper kan naheffen. Wij betwijfelen dit, omdat in art. 15, lid 4 Wet OB slechts een herzieningsmogelijkheid bestaat indien het gebruik van het afgenomen goed of de afgenomen dienst afwijkt van de bestemming. En in een geval waarin de malafide verkoper het goed niet levert of de dienst niet verricht, terwijl de bonafide koper de koopsom geheel of deels heeft voldaan, is geen sprake van een gebruik van het goed of de dienst dat afwijkt van de bestemming.

Zie 10 voor meer informatie over het recht op aftrek van voorbelasting.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op