20 november 2012Heffing kansspelbelasting van verhuurder kansspelautomaten niet in strijd met btw-richtlijn

Een B.V. exploiteert een speelautomatenhal met kansspelautomaten en verhuurt ook kansspelautomaten aan andere amusementshallen. Ter zake van de verhuur van kansspelautomaten wordt btw berekend. Over het tijdvak september 2010 heeft de B.V. € 679.272 als verschuldigde kansspelbelasting aangegeven, maar slechts € 14.934 op aangifte voldaan. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag opgelegd van € 664.338 en een verzuimboete van € 4.920 waartegen de B.V. bezwaar heeft gemaakt. In geschil is o.a. of de heffing van kansspelbelasting in strijd is met de btw-richtlijn.

Naar het oordeel van Rechtbank Den Haag is dit niet het geval. Volgens de rechtbank is geen sprake van een verboden heffing als bedoeld in art. 401 btw-richtlijn aangezien de kansspelbelasting geen soortgelijke belasting is als de btw. De kansspelbelasting is immers geen algemene verbruiksbelasting en wordt slechts in één schakel kansspelbelasting geheven zonder recht op aftrek van in vorige schakels geheven belasting. Uit het United Utilities-arrest van het HvJ EG (thans EU) volgt dat de btw-vrijstelling voor kansspelen verband houdt met het feit dat kansspelen zich slecht lenen voor btw-heffing. Hieruit leidt de rechtbank (a contrario) af dat er geen verbod bestaat om een andere belasting, in dit geval kansspelbelasting, te heffen.

Voor meer informatie over de btw-vrijstelling van kansspelen zie 8.3.3.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op