16 juni 2016Goedkeuring samenloopvrijstelling verkrijging bouwterrein op grond van Unierecht

Eind mei informeerde staatssecretaris Wiebes van Financiën de Tweede Kamer per brief over fiscale moties en toezeggingen, waaronder een verruiming van de samenloopvrijstelling bij de verkrijging van bouwterreinen. Het beleid hierover is recent gepubliceerd.

De staatssecretaris keurt in het besluit goed dat bij de verkrijging van een met btw belast bouwterrein, dat enkel op basis van de btw-richtlijn – en niet op basis van de Wet OB – als zodanig kwalificeert, onder voorwaarden en op verzoek de samenloopvrijstelling van toepassing is. Het begrip ‘bouwterrein’ heeft in de Wet OB namelijk een beperkter toepassingsbereik dan in de btw-richtlijn. De aanleiding voor dit goedkeurend beleid is een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 december 2015.

Wiebes verbindt drie voorwaarden aan de toepassing van de goedkeuring, namelijk dat:

  •  zowel leverancier als de afnemer zich op het standpunt stellen dat over de levering van het bouwterrein btw is verschuldigd en deze btw is op aangifte voldaan;
  •  de goedkeuring vervalt en de door de goedkeuring niet geheven belasting alsnog verschuldigd is als de leverancier dan wel de afnemer of partijen die in de plaats van de afnemer (geacht worden te) treden zich op enig moment op het standpunt stellen dat de btw over deze levering ten onrechte in rekening is gebracht;
  •  de goedkeuring vervalt en de door de goedkeuring niet geheven belasting alsnog verschuldigd is, voor zover bij een toekomstige verkrijging een beroep wordt gedaan op artikel 9, lid 4 WBR (levering van de juridische eigendom na levering van de economische eigendom aan dezelfde verkrijger), of artikel 13 van de WBR (opeenvolgende verkrijging binnen zes maanden).

    De goedkeuring kan worden toegepast nadat hiertoe een verzoek is ingediend en goedgekeurd door de inspecteur van de Belastingdienst. Het beleid werkt terug tot 17 december 2015, de datum waarop Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak heeft gedaan. De inspecteur kan op verzoek teruggaaf of vermindering van de overdrachtsbelasting verlenen als de voldoening op aangifte dan wel de naheffingsaanslag op of na deze datum onherroepelijk is vast komen te staan. Op eerdere gevallen zal niet worden teruggekomen.

     In bovengenoemde uitspraak, die dateert van 17 december 2015, kwam de rechtbank tot het oordeel dat de verkrijging van een voor bebouwing bestemd terrein was vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Volgens de rechtbank moest, om recht te doen aan doel en strekking van de samenloopvrijstelling, namelijk het voorkomen van cumulatie van omzetbelasting en overdrachtsbelasting, het ervoor worden gehouden dat de richtlijnconforme uitleg van het begrip bouwterrein doorwerkt naar de samenloopvrijstelling. De staatssecretaris kan zich kennelijk met deze uitspraak verenigen, maar is van mening dat deze uitsluitend geldt indien, zoals in die zaak het geval was, de leverancier van het bouwterrein op grond van het Unierecht btw heeft berekend. Uit de uitspraak van de rechtbank is echter niet af te leiden dat de berekening van btw door de leverancier beslissend is geacht voor het oordeel dat de verkrijging van het bouwterrein is vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zie 7.11 voor meer informatie over de samenloop van btw en overdrachtsbelasting.

 

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op