28 december 2011Gevangenisstraf voor opzettelijk indienen onjuiste suppletieaangiften

De verdachte, de feitelijk leidinggevende van een B.V., heeft zich door middel van zijn B.V. schuldig gemaakt aan het incasseren van ten onrechte uitbetaalde, zeer grote btw-bedragen. De verdachte diende bij de medeverdachte, die werkzaam was bij de Belastingdienst, een onjuiste suppletieaangifte in waarin ten onrechte btw-bedragen werden teruggevraagd. De medeverdachte keurde deze teruggaafverzoeken zonder nader onderzoek goed, waarna de Belastingdienst tot betaling overging. In totaal heeft de verdachte hierdoor ten onrechte een bedrag ontvangen van circa 2,8 miljoen euro. De ontvangen bedragen zijn door de verdachte overgeboekt naar een Zwitserse bankrekening en door de verdachte volledig uitgegeven. Naar het oordeel van Hof Amsterdam heeft de verdachte zich door het indienen van de onjuiste suppletieaangiften schuldig gemaakt aan het opzettelijk indienen van onjuiste aangiften, hetgeen een misdrijf is op grond van art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het hof veroordeelt de verdachte vanwege onvoldoende financiële draagkracht tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk. Dit oordeel van het hof is opmerkelijk omdat de suppletieaangifte -anders dan het hof lijkt te veronderstellen- geen bij de belastingwet voorziene aangifte is als bedoeld in art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op