15 juni 2015Gemeente Nijkerk recht op btw-compensatie aanleg op- en afritten A28

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft recent geoordeeld dat de gemeente Nijkerk recht heeft op een vergoeding vanuit het BTW-Compensatiefonds voor de btw die drukt op de aanleg van op- en afritten aan A28, die zij na voltooiing heeft overgedragen aan het Rijk. 

Via het BTW-compensatiefonds kunnen publiekrechtelijke lichamen zoals provincies en gemeenten de btw die toerekenbaar is aan niet-belastbare (overheids)activiteiten onder voorwaarden grotendeels terugkrijgen. Enkele van de voorwaarden zijn dat het publiekrechtelijke lichaam afnemer moet zijn van de goederen of diensten waarover btw is betaald en de teruggaaf niet ten goede mag komen aan individuele partijen. 

De gemeente Amersfoort en de gemeente Nijkerk heeft in 2009 op- en afritten aan de A28 laten aanleggen om een nieuwbouwwijk te ontsluiten. De gemeenten deden dit in samenspraak met Rijkswaterstaat, die over de rijkswegen gaat. De gemeente Amersfoort heeft de opdracht tot de aanleg van de op- en afritten gegeven en een deel van de kosten met btw doorbelast aan de gemeente Nijkerk. Na voltooiing heeft de gemeente Nijkerk de aansluitingen overgedragen aan het Rijk tegen betaling van (uitsluitend) de grondprijs en de btw op de doorbelaste aanlegkosten teruggevraagd via het BTW-Compensatiefonds. De inspecteur van de Belastingdienst was echter van mening dat niet de gemeente, maar het Rijk de afnemer was van de op- en afritten en de gemeente daarom niet in aanmerking kwam voor vergoeding van de btw via het BTW-Compensatiefonds. 

In eerste aanleg oordeelde de rechtbank dat de gemeente niet kwalificeerde als de afnemer van de aansluitingen, en zo dit wel het geval zou zijn, de op- en afritten gebezigd zijn voor de terbeschikkingstelling aan een individuele derde, het Rijk. Recent heeft Hof Arnhem-Leeuwarden echter geoordeeld dat de gemeente, als opdrachtgever van de aanleg, wel degelijk aan te merken is als afnemer. Bovendien worden de op- en afritten door de collectiviteit van de bewoners Dat ook het Rijk en niet-inwoners van de ontsloten wijken gebaat zijn bij de op- en afritten doet hieraan niet af. De gemeente heeft daarom recht op een vergoeding vanuit het BTW-Compensatiefonds van de aan haar in rekening gebrachte btw.

De vraag is of de positieve uitkomst in deze beperkt blijft tot de specifieke omstandigheden van dit geval of dat deze uitspraak ook gevolgen heeft voor andere situaties. Stel dat een gemeente een schoolgebouw laat bouwen en dit schoolgebouw na oplevering om niet overdraagt aan een onderwijsinstelling. Brengt deze uitspraak dan met zich dat de gemeente recht heeft op compensatie van de btw op de bouwkosten, omdat het schoolgebouw door de collectiviteit wordt gebruikt en niet, althans niet primair door de individuele onderwijsinstelling? En maakt het dan nog uit of sprake is van een schoolgebouw dat gebruikt wordt voor openbaar of bijzonder onderwijs? Gezien de (mogelijke) consequenties van deze uitspraak verwachten wij dat de staatssecretaris cassatieberoep aantekent. Zie