12 mei 2016Gemeente geen eigenbouwer brede school, btw-verleggingsregeling ten onrechte toegepast door aannemer

Op grond van art. 24b, lid 3 Uitv.Besl. OB is de verschuldigdheid van de btw ter zake van de de bouw van een onroerende zaak door een onderaannemer verlegd naar de (met een hoofdaannemer gelijkgestelde) eigenbouwer. Rechtbank Den Haag heeft recent geoordeeld dat een gemeente die een Brede School laat bouwen onder leiding van derden, geen’eigenbouwer is.

De gemeente Strijen heeft in 2005 een overeenkomst gesloten met een B.V., een woningstichting en een onderwijsstichting voor de realisatie van een Brede School. In de overeenkomst is afgesproken dat de B.V. fungeert als hoofdaannemer op basis van een aannemingsovereenkomst. De gemeente heeft tevens een overeenkomst gesloten met een architect voor onder meer het uitvoeren van het ontwerp en het voeren van de directie bij de bouw. Afgesproken is dat de architect het toezicht op de uitvoering van de bouw zou houden en in verband hiermee een ingenieur zou inschakelen. Deze ingenieur heeft vervolgens de bouwvergaderingen in 2007 bijgewoond, samen met twee medewerkers van de gemeente. In 2008 en 2009 heeft de bouw van de Brede School plaatsgevonden. De B.V. heeft ter zake van de bouw facturen uitgereikt aan de gemeente met de vermelding ‘btw verlegd’. De inspecteur heeft in 2013 aan de B.V. meegedeeld dat de verleggingsregeling niet van toepassing is en een naheffingsaanslag van ruim € 600.000 btw en ruim € 85.000 heffingsrente opgelegd.

In geschil is of de B.V. de verleggingsregeling terecht heeft toegepast en meer specifiek of de gemeente aan te merken is als eigenbouwer. De B.V. meent dat dit het geval is, omdat de gemeente bij de bouw zijns inziens niet is opgetreden als overheid, maar als btw-ondernemer. Dit blijkt onder andere uit de feiten dat de medewerkers van de gemeente aanwezig waren bij de bouwvergaderingen en dat de gemeente een zeer gedetailleerd bestek heeft opgesteld. De naheffing is volgens de B.V. bovendien in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De inspecteur is een tegengestelde mening toegedaan. Zijns inziens heeft de gemeente de bouw van de Brede School niet uitgevoerd in de uitoefening van haar normale bedrijf, omdat de gemeente geen bouwonderneming uitoefent. De gemeente heeft gehandeld in het kader van haar wettelijke verplichtingen op grond van de Wet op het Primair Onderwijs en was niet in staat tot de dagelijkse leiding van de bouw, hetgeen blijkt uit de inhuur van de ingenieur voor de uitvoering van het feitelijke toezicht.

Rechtbank Den Haag heeft in deze zaak geoordeeld dat de B.V. ten onrechte de verleggingsregeling heeft toegepast, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat de algehele leiding bij het tot stand brengen van de Brede School bij de gemeente berustte. Het bestek is namelijk opgesteld door de architect, de medewerkers van de gemeente waren niet bij alle bouw- en werkvergaderingen aanwezig en de ingenieur was juist daadwerkelijk en veelvuldig bij de bouwactiviteiten aanwezig. Het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden, nu de B.V. de verleggingsregeling onterecht heeft toegepast en de inspecteur daarvoor een naheffingsaanslag heeft opgelegd, zo oordeelt de rechtbank.

 Het oordeel van de rechtbank is naar onze mening helder en logisch. Uit de feiten blijkt dat de gemeente Strijen niet de algehele leiding had over de bouw van de Brede School, maar deze juist overliet aan andere personen, zoals de ingeschakelde ingenieur. Van de kwalificatie ‘eigenbouwer’ kan dan geen sprake zijn. Zie 6.2.5 voor meer informatie over de verleggingsregeling in  de bouwsector.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op