10 december 2018Gemeente geen btw-ondernemer voor terbeschikkingstelling tennisaccommodatie tegen lage vergoeding

Feiten

Een gemeente laat binnen de kaders van haar sport- en welzijnsbeleid een tennispark bouwen dat zij ter beschikking stelt aan een binnen haar gemeente gevestigde tennisvereniging. Door het daarvoor hanteren van de in haar accommodatiebeleid vastgestelde tarieven staat vast dat de gemeente alleen al op basis van de onderhoudskosten en verstrekte huursubsidie per saldo negatieve opbrengsten genereert, en is op voorhand duidelijk dat de bouwkosten van het tennispark volledig uit de algemene middelen worden gefinancierd.

Hof

Hof ’s-Hertogenbosch stelt dat het feit dat een vergoeding door de tennisvereniging aan de gemeente wordt betaald niet vast staat dat de gemeente handelt als btw-ondernemer. Op basis van het arrest Borsele moet de vaststelling of sprake is van een economische activiteit, die leidt tot een handelen als ondernemer, alle omstandigheden waaronder zij plaatsvindt worden onderzocht.

Het hof is van oordeel dat het samenstel van handelingen, in samenhang met de gemeentes accommodatiebeleid ten aanzien van de tennissport, waar de ter beschikking stelling van de tennisaccommodatie tegen vooraf vastgestelde tarieven onderdeel van uitmaakt, niet het verkrijgen van duurzame opbrengst beoogt of tot het gevolg heeft. De gemeente biedt haar prestaties niet aan op de algemene markt van sportaccommodatie-exploitanten. De gemeente krijgt slechts een gering deel van de gemaakte kosten terug. Een dergelijk verschil tussen de aan het functioneren van de aangeboden diensten verbonden kosten en de als tegenprestatie daarvoor ontvangen bedragen, heeft tot gevolg dat er geen reëel verband bestaat tussen het ontvangen bedrag en de verrichte dienst. Het hof komt tot de slotsom dat de gemeente geen btw-ondernemer is voor de terbeschikkingstelling van de tennisaccommodatie tegen een lage vergoeding.

De uitspraak van het hof is in lijn met de uitspraak van de HR in de scholenconstructies en het arrest Gemeente Borsele. Het Gemeente Borsele-arrest van het HvJ heeft de vraag opgeroepen of de levering van schoolgebouwen tegen een lage, maar niet-symbolische vergoeding deel uitmaakt van een economische activiteit. In het arrest van de HR ten aanzien van de scholenconstructies gaat het om de vraag of de levering van het schoolgebouw tegen vergoeding plaatsvindt. Naar het oordeel van de Hoge Raad is geen sprake van een rechtstreeks verband tussen prestatie en vergoeding als de vergoeding slechts ten dele de verrichte of te verrichten prestatie vergoedt en de hoogte ervan is bepaald op basis van andere factoren die afdoen aan dat rechtstreekse verband. Een vergoeding die bijvoorbeeld gelijk is aan de kosten van meerwerk, zoals door veel scholen en gemeenten is afgesproken, levert daarom geen rechtstreeks verband en derhalve geen levering onder bezwarende titel op.

Bovenstaande uitspraak van de HR kan worden doorgetrokken naar deze casus, de terbeschikkingstelling van een sportaccommodatie door een gemeente tegen een lage vergoeding. In deze casus ontbreekt ook het rechtstreeks verband tussen de prestatie en vergoeding aangezien de vergoeding slechts ten dele de verrichte prestatie vergoedt en de hoogte van de vergoeding is bepaald op basis van andere factoren die afdoen aan het rechtstreekse verband.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op