4 november 2016Gemeente btw-ondernemer voor gelegenheid geven tot straatparkeren

Gemeenten zijn vanaf 2015 in de btw-heffing betrokken voor zowel het gelegenheid geven tot slagboomparkeren als de exploitatie van gemeentelijke parkeergarages en -terreinen met uitsluitend (camera)registratie bij het in- of uitrijden. Naar het oordeel van Rechtbank Gelderland geldt de btw-plicht ook voor straatparkeren, gelet op de concurrentieverstoring met commerciële ondernemers.

De heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem heeft in februari 2015 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd aan X wegens het parkeren van een voertuig. De nageheven parkeerbelasting bedroeg € 1,75 en de kosten van de naheffing bedroegen € 58,00. X heeft tegen deze naheffing bezwaar aangetekend en verzocht om een factuur met btw aan haar uit te reiken voor de in rekening gebrachte parkeerbelasting en kosten.

De gemeente Arnhem heeft in 2013 een omzet van ruim € 10,4 miljoen behaald met het beschikbaar stellen van parkeerplaatsen. De helft hiervan heeft betrekking op parkeerbelasting, de andere helft ziet op andere opbrengsten die gerelateerd aan het parkeren, zoals parkeergelden die betrekking hebben op parkeergarages of het parkeren achter een slagboom. In 2015 is zelfs een omzet van ruim € 6,8 miljoen behaald met de heffing van parkeerbelasting. In de gemeente Arnhem zijn meerdere bedrijven actief die tegen betaling gelegenheid bieden tot parkeren in parkeergarages of achter een slagboom (slagboomparkeren).

X heeft, na afwijzing van het bezwaar, beroep ingesteld bij Rechtbank Gelderland. De rechtbank heeft allereerst geoordeeld of X ontvankelijk is en komt tot een positief oordeel, namelijk dat dit het geval is omdat X een fiscaal belang heeft. X is namelijk ondernemer voor de btw en kan haar recht op btw-aftrek slechts geldend maken als aan haar alsnog een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur wordt uitgereikt.

Vervolgens oordeelt de rechtbank dat de gemeente Arnhem bij het bieden van parkeergelegenheid op de openbare weg handelt als overheid en in beginsel dus niet als belastingplichtige. Behandeling van de gemeente als niet-belastingplichtige bij straatparkeren leidt echter tot concurrentieverstoring, aldus de rechtbank. Het is namelijk aannemelijk dat de gemiddelde consument slechts zijn auto zo dicht mogelijk bij zijn bestemming wil parkeren en dat controle, bewaking en de bescherming tegen weersinvloeden hierbij van ondergeschikt belang zijn. Hieruit volgt dat straatparkeren en slagboomparkeren voor de modale consument dezelfde handelingen zijn. Aangezien slagboomparkeren met btw belast is, leidt behandeling van de gemeente als niet-belastingplichtige bij straatparkeren tot verstoring van de concurrentie. De gemeente Arnhem moet naar het oordeel van de rechtbank aan X een factuur met daarop een btw-bedrag van € 10,37 uit te reiken.

 Een naheffing parkeerbelasting die – als het aan Rechtbank Gelderland ligt – grote btw-gevolgen heeft voor gemeenten. Het oordeel dat de gemeente ook btw-plichtig is voor het bieden van gelegenheid tot straatparkeren (lees: op de openbare weg) betekent dat gemeenten die deze diensten aanbieden 21% btw uit de ontvangen parkeerbelasting moeten voldoen en op het parkeerkaartje moeten vermelden dat het bedrag inclusief 21% btw is. Het zal echter nog wel even duren voordat duidelijk wordt of gemeenten hun handelswijze met betrekking tot straatparkeren daadwerkelijk moeten aanpassen. Het is namelijk maar de vraag of het oordeel van de rechtbank juist is. Hof Arnhem-Leeuwarden kwam in een soortgelijke zaak tot een tegenovergestelde conclusie als Rechtbank Gelderland. Het is daarom de verwachting dat de inspecteur hoger beroep zal instellen. Zie