20 april 2018Gelijkstelling eigenbouwer met aannemer niet in strijd met het Unierecht

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de gelijkstelling van een eigenbouwer met een aannemer niet in strijd is met de btw-richtlijn.

Feiten

X is in 2000 een eenmanszaak gestart. De activiteiten van de onderneming bestaan uit werkzaamheden in de bouw. Vanaf eind 2002 is X zich gaan bezighouden met het aannemen van werken, bestaande uit het splitsen en renoveren van panden. X heeft van derden (onderaannemers) facturen ontvangen waarop btw in rekening is gebracht. Deze btw heeft X in aftrek afgebracht.

Procesverloop

Naar aanleiding van een boekenonderzoek over de jaren 2002 t/m 2004 is de inspecteur van mening dat X als eigenbouwer of aannemer de diensten heeft verricht en daardoor de verleggingsregeling van toepassing had moeten zijn. De verleggingsregeling is niet toegepast, omdat de derden btw in rekening hebben gebracht aan X. Er wordt een naheffingsaanslag opgelegd voor de ten onrechte niet voldane verlegde btw. De inspecteur neemt het standpunt in dat de onderaannemers ten onrechte met btw hebben gefactureerd en X deze btw ten onrechte als voorbelasting geclaimd heeft. X neemt het standpunt in dat door het feit dat een eigenbouwer niet in de btw-richtlijn wordt genoemd, deze niet gelijkgesteld kan worden met een aannemer zodat het terecht is dat de derden btw in rekening hebben gebracht aan X. In geschil is of de derden terecht btw in rekening hebben gebracht aan X.

Rechtbank en hof

Zowel Rechtbank Arnhem als Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat X als aannemer dan wel als eigenbouwer heeft opgetreden, zodat de verleggingsregeling van toepassing is op de verrichte prestatie. Daarbij is het hof van mening dat de wetgever binnen de reikwijdte van de machtiging van de Europese Raad is gebleven voor de verlegging van de verschuldigde btw naar de hoofdaannemer.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de gelijkstelling van de eigenbouwer met een aannemer terecht is en niet in strijd is met de machtiging van de Europese Raad. De afwijkende maatregelen van het Unierecht zijn alleen verenigbaar als voldaan is aan de voorwaarde dat die maatregelen ter kennis van de Europese Commissie is gebracht en door de Europese Raad stilzwijgend of uitdrukkelijk zijn goedgekeurd. Doordat de Nederlandse regering de tekst van het Uitvoeringsbesluit bij het verzoek heeft gevoegd heef zij aan de Commissie kenbaar gemaakt dat in de voorgestelde maatregel de ‘eigenbouwer’ met de aannemer wordt gelijkgesteld. Nu de Commissie ter kennis is gebracht van de voorgestelde maatregel en de Raad de machtiging heeft afgegeven, is voldaan aan de voorwaarden. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

De verleggingsregeling in de bouw is getroffen in het kader om bepaalde vormen van fraude door onderaannemers in de bouwsector te voorkomen. De onderaannemers droegen de verschuldigde btw niet af, terwijl de hoofdaannemer/eigenbouwer deze btw wel als voorbelasting claimde. Door de verleggingsregeling wordt voorkomen dat de Belastingdienst in deze situatie btw-aftrek moet toestaan die door de onderaannemers niet is voldaan. In de praktijk wordt deze verleggingsregeling door onderaannemers nogal eens over het hoofd gezien of – bij btw-fraude – bewust niet toegepast. Omdat de gevolgen voor de hoofdaannemer/eigenbouwer zuur zijn is het van belang vóór het verrichten van werkzaamheden in de bouw altijd te (laten) controleren of een verleggingsregeling van toepassing is. Bij twijfel verdient het aanbeveling om dit punt af te stemmen met de inspecteur. Voorkomen is immers beter dan genezen. Voor meer informatie zie 6.2.5.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op