14 februari 2014Geen weigering btw-aftrek bij verrichting dienst door andere dienstverrichter

De Bulgaarse vennootschap Maks Pen EOOD (hierna: Maks Pen) drijft een groothandel in kantoorbenodigdheden en reclamemateriaal. In de periode januari 2007 tot april 2009 heeft Maks Pen btw die aan haar in rekening is gebracht, als voorbelasting in aftrek gebracht. Tijdens een belastingcontrole over deze periode is de Bulgaarse fiscus tot de conclusie gekomen dat Maks Pen de btw op zeven ontvangen facturen niet in aftrek had mogen brengen. De dienstverrichters die deze facturen aan Maks Pen verzonden hadden, bleken namelijk mogelijkerwijs niet over de nodige middelen (zoals personeel, materiële middelen en activa) te beschikken om de gefactureerde dienstverrichtingen uit te voeren. Tevens was onduidelijk of deze dienstverrichters de werkzaamheden door onderaannemers uit hadden laten voeren. De Bulgaarse fiscus heeft, hoewel zij heeft erkend dar de gefactureerde diensten aan Maks Pen waren verricht, de op de zeven facturen vermelde en in aftrek gebrachte btw nageheven. Maks Pen is tegen deze naheffing in verweer gekomen en voert daarbij aan dat zij over facturen en contractuele documenten beschikt, dat zij de facturen per bank heeft betaald, dat deze facturen in de boekhouding van de dienstverrichters opgenomen zijn en dat de dienstverrichters de betreffende btw-bedragen hebben aangegeven.

De Bulgaarse fiscus heeft het HvJ EU enkele prejudiciële vragen gesteld over onder andere de weigering van het recht op aftrek. Het HvJ EU heeft in deze zaak geoordeeld dat het de fiscus niet is toegestaan het recht op btw-aftrek te weigeren op grond van de enkele omstandigheid dat de gefactureerde dienst niet daadwerkelijk door de op de factuur genoemde (onder)aannemer is verricht, tenzij deze feiten frauduleus gedrag vormen en Maks Pen wist of had moeten weten dat de aan haar verrichte dienst onderdeel was van die fraude. De Bulgaarse rechter zal dit moeten onderzoeken.

Voorts oordeelt het HvJ EU op de overige prejudiciële vragen dat een nationale rechter de nationale rechtsregels zoveel mogelijk overeenkomstig de regels van het unierecht uit dient te leggen en dat het niet in strijd is met de btw-richtlijn indien een lidstaat van een belastingplichtige verlangt dat hij alle nationale boekhoudregels naleeft, mits deze maatregelen niet verder gaan dan noodzakelijk om een juiste btw-heffing te verzekeren en btw-fraude te voorkomen.

Zie 10.1 voor meer informatie over het recht op aftrek van voorbelasting.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op