6 juni 2013Geen voorlopige voorziening btw-teruggaaf btw-contructie kunstgrasveld

Een exploitatiestichting die een kunstgrasveld heeft laten aanleggen en deze (met 6% btw) gaat ‘verhuren’ aan de voetbalvereniging heeft verzocht om een teruggaaf van de in rekening gebrachte btw. De inspecteur heeft deze teruggaaf geweigerd omdat naar zijn mening de exploitatiestichting en de voetbalvereniging te vereenzelvigen zijn dan wel sprake is van misbruik van recht. De exploitatiestichting heeft verzocht om een voorlopige voorziening omdat naar haar mening onverwijlde spoed vereist dat de btw-teruggaaf wordt verleend.

Rechtbank Gelderland heeft dit verzoek afgewezen. In de eerste plaats omdat het spoedeisende belang niet voldoende aannemelijk is gemaakt. Het feit dat de exploitatiestichting een financieel belang heeft is volgens vaste jurisprudentie onvoldoende, tenzij het uitblijven van de btw-teruggaaf zou leiden tot ernstig en onherstelbaar nadeel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de exploitatiestichting niet aannemelijk gemaakt dat deze uitzondering zich voordoet. Dat de leverancier het kunstgrasveld daadwerkelijk in beslag gaat nemen als de factuur niet op 15 juni 2013 niet is betaald, is niet aannemelijk. Ook de stelling dat faillissement dreigt is niet aannemelijk omdat niet is gebleken dat sprake is van een steunvordering.

Daarbij komt dat de exploitatiestichting zichzelf in deze lastige situatie heeft gebracht door zonder tijdig en positief afgerond overleg met de fiscus het kunstgrasveld heeft laten aanleggen zonder dat er een financiële buffer was geregeld voor de btw-component. Daaraan doet niet af dat het bestuur op basis van informatie van andere stichtingen die kunstgrasvelden exploiteren meende dat de gekozen constructie in orde was. Die onjuiste inschatting kan namelijk evenmin voor rekening en risico van de inspecteur worden gebracht. Zo het spoedeisend belang aannemelijk zou zij dan bestaat er bovendien een zodanig restitutierisico dat een voorlopige voorziening niet aan de orde kan zijn. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de zaak -gelet op de ontwikkelingen in de jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad- inhoudelijk te complex is voor een beslissing bij voorlopige voorziening.

Voor meer informatie over het 6%-tarief voor gelegenheid geven tot sportbeoefening en misbruik van recht zie 5.2 en 13.

Meer weten over wat we u kunnen bieden?

De btw-specialisten helpen u graag verder.

Bel ons op of vul ons contactformulier in.

neem contact op